Posts tonen met het label Gremmen. Hans. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gremmen. Hans. Alle posts tonen

De vrije geest van Jaap Scheeren.

Fragment uit: 'Oma Toos'
De fotograaf Jaap Scheeren werd voor zijn serie ‘Playground’ in 2011 uitgeroepen tot winnaar van de ‘Bouw in Beeld prijs’. Volgens de jury brengt Scheeren met zijn serie ‘This spot might mean shit to you but is the world to me’ met een speelse en intelligente mix van beelden het thema Playground autobiografisch tot leven. “Een interessante, speelse en humorvolle invulling van het thema: creatief, onderscheidend, veelzijdig en verrassend”. Humor en relativering zijn voor Scheeren hele belangrijke dingen. De foto’s zijn grappig, soms melig, absurdistisch, sprookjesachtig en een beetje surrealistisch. Hij lijkt zich niets aan te trekken van de wereld om hem heen en laat zijn associaties de vrije loop. Hij probeert de beschouwer deel te laten maken van deze wereld.

In zijn fotografie gaan observeren, registreren en ingrijpen hand in hand. Scheeren gebruikt de media als inspiratiebron voor opvallende artikelen en onderzoekt hoe hij deze informatie als fotograaf vervolgens om kan zetten in beelden. Alledaagse onderwerpen worden door hem zo in simpele stappen aangepast waardoor nieuwe beelden ontstaan. Zijn geënsceneerde fotografie is ook documentair, omdat het bijzondere mensen en locaties vastlegt. Al deze eigenschappen vermengen zich in de series die hij tentoonstelt en publiceert. Scheeren: “De wereld wordt niet geregeerd door orde, noch door logica. Ik toon de slapende onderwereld onder de lak van de alledaagse realiteit. Ik doorloop de stad, de kranten van de dag, maak notities van ongebruikelijke feiten, belachelijke, vreemde prestaties en onthutsende ontdekkingen die zich (schijnbaar onopgemerkt) in de gedrukte kolommen bevinden. Vervolgens bouw ik vanuit deze achtergrond een, meestal fotografisch, beeld op. Maar soms loop ik tegen deze eigenaardigheden aan en kan ik het gewoon meteen fotograferen”.

'Het zwarte gat' opstelling:
6e Biennale Internationale de la Photographie et des Arts Visuels de Liège.
Fragment uit: 'Het zwarte gat'
 Kort na zijn afstuderen in 2003 aan de St. Joost Academie te Breda werd Scheeren geïnterviewd door de Volkskrant, die een serie wijdde aan de toekomst van afgestudeerden van kunstopleidingen en het 'zwarte gat' na het afstuderen. Ook Anouk Kruithof was in dat jaar afgestudeerd en werd geïnterviewd. Scheeren en Kruithof besloten samen dit thema als uitgangspunt te nemen voor een omvangrijk fotografieproject: ‘Het zwarte gat’, waarmee zij de ‘Unique Photography Prize’ in 2004 mee hebben gewonnen. Naar aanleiding hiervan is een kunstenaarsboek verschenen met een gelijknamige titel. In deze uitgave (Episode Publishers & HUP editions 2006 oplage 1.000) gaat het om het verbeelden van depressie op een speelse, humoristische, maar ook ernstige manier en vanuit verschillende invalshoeken. Scheeren en Kruithof kwamen hiermee op associatieve wijze tot een reeks uitbeeldingen van depressieve momenten. Daarbij namen zij de uitdrukking 'in een zwart gat terechtkomen' heel letterlijk (bron: De Gids, Fris Gierstberg 2011).

Klik voor meer informatie op: ‘Anouk Kruithof: de universele kracht van de emotie’.

Een project waar fotografie en analoge (druk)techniek bij elkaar komen is: ‘Fake Flowers in Full Colour’. In het kunstenaarsboek met de gelijknamige titel (Uitgever FW: Books, 2009) wordt dit project uitgebeeld. Scheeren onderzocht met ontwerper Hans Gremmen of het mogelijk was om, in plaats van het aan de computer over te laten, zélf fysieke kleurscheidingen te maken. Een vertaling van fotografie naar full colour drukwerk. Er werden vier stillevens gebouwd: een Cyaan-, een Magenta-, een Yellow- en een Black-stilleven. Deze werden los van elkaar gefotografeerd en vervolgens over elkaar heen gedrukt wat het beeld 'Fake Flowers in Full Colour' heeft opgeleverd. Een project waarbij ontwerp en fotografie heel dicht bij elkaar komt.

Klik voor meer informatie op: ‘Onderwerpen object als één: Hans Gremmen’.



Fragmenten uit: 'Oma Toos'
In 2007 bracht Scheeren in eigen beheer een boekje uit over zijn oma Toos. De foto’s in het kunstenaarsboek ‘Oma Toos’ zijn niet bedoeld om het leven van zijn oma te registreren. Scheeren heeft zijn oma als model gebruikt om typische ‘oma Toos-dingen’ te fotograferen. We leren de aard van oma Toos beter kennen, doordat de foto’s worden afgewisseld met handgeschreven briefjes. De briefjes begeleiden de knipsels met voetbalnieuws die oma bijna wekelijks naar haar (schoon)zoon in Terneuzen (Vlissingen) stuurde. De aandoenlijke kattenbelletjes zijn in facsimile opgenomen tussen de foto’s die Scheeren van oma Toos maakte. Merel Bem schreef hierover in 2008 in de Volkskrant: “Hij is weloverwogen aan ‘Oma Toos’ begonnen. Hij heeft de fotografische kwaliteiten van het onderwerp herkend. En is ermee aan de slag gegaan op een manier die persoonlijk, ontroerend en documentair is”.

De bovenstaande boeken worden als werk uitgedrukt als boek. Het werk komt hiermee volledig tot zijn recht. Een werk dat een een-op-een relatie schept tussen de kunstenaar en zijn publiek. Scheeren kiest er soms bewust voor om kunstenaarsboeken te maken. Daarmee neemt hij heel bewust dus het besluit dat het werk niet aan een muur in een museum komt te hangen. Scheeren: “je voelt dat het een boek moet worden, dit geldt voor ‘Het zwarte gat’, ‘Fake Flowers in Full Color’ (waarbij het boek zelfs het uiteindelijke werk was) en ‘Oma Toos’. Het eerste is een werk op zich, het tweede had een structuur nodig om het verhaal te kunnen vertellen en Oma Toos is een echt document met tekst en beeld. Aan de andere kant heb je soms gewoon de kans een boek(je) te maken als catalogus of zoiets, zoals bij ‘3 roses, 9 ravens, 12 months’ (ontwerp: Hans Gremmen, Flatland Gallery 2008) of ‘Il/ElleS’Appelle Margriet’ (RVB Books 2011, oplage 250 gen.) die ik i.s.m. Harry Bloch heb gemaakt”. De mede oprichter Remi Faucheux van RVB Books over het ontstaan van het laatste boek: “one day I called Jaap Scheeren at his studio, he told me he was experimenting to see what happens to a mouse moving around with a scanner (!). That is how the idea of publishing”.



Fragmenten uit: 'Gaassboggreidn'
Scheeren heeft met Bloch nog een ander boek gemaakt: Gaassboggreidn (Design & Concept: Harry Bloch 2010). Het (carnavals)boekje begint met: “Im Brinzib, wenn mä sich des genau überlechd, handeld dieser Umzuch ja von am wildgewordäna Gaaßbogg, den mä zuguderledzd donn erledigen ko. Daraufhin ko des Fesd donn aafanga”. Hiermee maakt het duidelijk dat je het niet van de tekst moet hebben. “Gaassboggreidn is a documentary about a procession which takes place every year in Merkendorf, a small village in Germany which counts two beer breweries for 800 inhabitants. A few people are dressed in costumes and act in a particular way. For instance, ‘the Bear’ dances with the women when the music starts, ‘the Jew’ hides himself and hits the guys on the back with a jute bag, and the main actor, ‘the Gaasbogg’ is a raging goat trying to rape the women. At the end he is killed and the party can start”. Het gaat er op een bepaalde manier vrolijk aan toe, maar dat er behoefte is aan een uitgebreide documentaire over dit vreemde gebruik lijkt duidelijk. De dialect Duitse teksten, noch de Engelse vertaling geeft antwoord op alle vragen.


Interview met Jap Scheeren waarin een uitleg over
'3 roses, 9 ravens, 12 months’

Het project ‘3 roses, 9 ravens, 12 months’ dat Scheeren  presenteerde speelt zich af in Slowakije aan de hand van Slowaakse sprookjes. Een uitnodigend boek met prachtige foto’s verrijkt met kleine tekeningen. De foto's laten een blijvende indruk achter. Een echt sprookjesboek waarin de foto’s het verhaal vertellen. Bij de introductie van de publicatie zei Zuzana Lapitková, curator bij het ‘Central European House of Photography’ in Bratislava heel treffend: “The basis for the project ‘3 Roses, 9 Ravens, 12 Months’ was a list of scenes and images found in particular Slovak fairy tales by Samuel Czambel and Pavel Dobšinský. Jaap decided to search situations and scenes in Slovakia that would remind of the atmosphere from Dobšinský fairy tales. However it does not function as a binding source. During his traveling across Slovakia, Jaap let himself be freely inspired by what he came across. Without premeditated intention, the series of photographs that has arisen is of almost unified colour scale, green, brown and gold; a scale used also by numerous Slovak artists portraying this country. All shots commonly reflect an atmosphere of somehow extraordinary reality, when everything seems normal, only a detail or an angle of view causes a disturbance from our lethargy of daily life. It is not important at all which picture is staged and which not in this series by Jaap Scheeren. A clearly defined view of the photographer strongly connects all pictures in one body of work. All together and each for itself, they offer a statement which can reflect an impression of fairy tales in Slovakia. If a viewer is seduced to combine them all in one story or invent a new one for each picture, he can always be sure it is the right approach”.




Fragmenten uit: ‘3 Roses, 9 Ravens, 12 Months’ (2008 © foto's Jaap Scheeren)
Zonder twijfel is het boek is voor Scheeren een kijkje in een parallelle wereld waarin hij degene is die de nadruk legt op sommige gebeurtenissen of structuren. Het boek is volgens hem hiervoor een goed medium omdat het structuur in chaos geeft en het niet vrijblijvend is, zodat het een eigen leven kan gaan leiden. Het boek is niet vaak een uitgangspunt voor Scheeren, meer een gevolg, zoals een foto inlijsten ook kan zijn. Scheeren: “Ik ben nu bezig met een nieuw project waarvan ik denk dat het een boek kan worden, tenminste die potentie heeft het, maar ik wil het niet overhaasten. Ik kan hiervoor nog hele goede werken maken die misschien nog juist moeten rijpen. Het verscherpt wel je ideeën omdat het nou eenmaal een boek wordt”.

'Playground'
Voor de serie ‘Playground’ uit 2011 heeft Scheeren bewust gekozen om dit aan de wand te presenteren. Hierbij gebruikt Scheeren beeldmateriaal om het verhaal te vertellen over een boerderij waar hij al vanaf zijn viertiende jaar komt. Deze boerderij is een bijzondere vrijplaats waar vaak zeer uiteenlopende mensen langskomen, zich welkom en veilig voelen, en hun gang kunnen gaan. Wat is de betekenis van een dergelijk plek, hoe is dit zo ontstaan en hoe komt het dat Scheeren er zich zo op zijn gemak voelt? De titel is alleszeggend: “This spot might mean shit to you but is the world to me”. Scheeren over deze vorm van uitbeelden: “Soms is een werk aan de muur beter als representatievorm, omdat je dan heel veel en vrij direct iets kan vertellen. In een boek moet je een enkele keer even wachten tot je erdoorheen bent. Ik vertel verschillende verhalen tegelijk, maar elk verhaal is gerelateerd aan de ander, omdat het gerelateerd is aan mij. In mijn werk onderzoek ik de link tussen realiteit en betrouwbaarheid in de fotografie, vaak met een focus op de vreemde relatie tussen mooie omgevingen en hun bewoners. Ik zoek naar een waarschijnlijk gemaakte wereld, een wereld die ik aan kan passen naar mijn eigen voorstelling ervan”.

Volgens de kunsthistoricus Frank van der Stok (was tevens curator van ‘Het zwarte gat’) moet je iemand als Scheeren helemaal niet willen typeren, tenzij het is omwille van het ophelderen van de diepere gronden en beweegredenen die achter zijn methodiek schuil gaan. Toch omschrijft hij het kunstenaarschap van Scheeren heel kernachtig: “Scheeren vertolkt onze heimelijke gevoelens en verlangens in de vorm van vrije expressie zoals we dat maar al te graag aan hem overlaten. Hij bedenkt de mafste, uitbundigste performances dan wel zorgvuldig geënsceneerde photo-opportunities, laat het allemaal gebeuren - en wij lopen er vervolgens allemaal mee weg. Het lijkt wel alsof we hem eigenlijk allemaal stiekem benijden om zijn verfrissende onaangepastheid, inventieve dadendrang en originele aanpak. Een poging zijn werk stilistisch te typeren voor een beter begrip is daarom bij voorbaat niet alleen een zinloze, maar bovendien onwenselijke onderneming. We hebben hier te maken met een vrije geest met een groots gevoel voor absurditeit en humor, die het zowel zoekt in de realiteit als in de enscenering. Grillig en onvoorspelbaar als een ongeleid projectiel onttrekt hij zich aan elke beeldconventie” (bron: tentoonstellingstekst voor bij de tentoonstelling ‘When I took off my mask, I noticed my face was missing’ van Jaap Scheeren bij Flatland Gallery, Utrecht 2011).

Het gaat Scheeren erom om een verhaal uit te beelden (“anders kan je net zo goed op straat gaan staan”). Of dit nu aan de muur is of in een boek. Het maakt niet uit. Er zijn verschillende mogelijkheden. Scheeren presenteerde ‘3 roses, 9 ravens, 12 months’ bijvoorbeeld als dia’s in een kartonnen huisje. Hij hoopt in ieder geval dat zijn foto's een verhaal oproepen. Welke verhaal, dat maakt hem niet uit, maar hij gebruikt fotografie omdat het relateert aan de werkelijkheid, niet omdat het werkelijkheid is. Geïnspireerd wordt Scheeren hierbij door mensen die vervlochten zijn met hun werk en gefocust doorwerken, in wat dat dan ook is. Met deze mensen zou hij graag mee verbonden voelen, maar soms heeft hij het idee dat dan nog meer doorgezet moet worden om alleen met zijn eigen werk bezig te zijn. Scheeren: “Daar heb ik nu helaas de -financiële- ruimte nog niet voor gevonden. Het lijkt een makkelijke keus, maar dat is het toch niet, je moet vrij streng zijn voor jezelf en daardoor ook voor anderen en dat ben ik niet van nature, streng tegen anderen”.

'De vrije geest van Jaap Scheeren' is in oktober 2012 i.s.m. Jaap Scheeren tot stand gekomen.


'Mother Nature' FOAM Amsterdam © foto Jaap Scheeren

Een dwangmatige relatie met een 5: Mark Manders

Fragment uit:
Coloured Room with Black and White Scene (1999)
Mark Manders werkt vanaf 1986 aan zijn "Zelfportret als gebouw", waarvan hij sinds 1990 fragmenten toont. Dit gebouw is een ideële constructie. Het bestaat in de vorm van voorlopige plattegronden, die dienen als schetsen voor de inrichting van het gebouw, en een bonte verzameling objecten die erin thuishoren: poppen, dieren, eenvoudige constructies, meubels en soms onooglijke gebruiksvoorwerpen, waaronder lege flessen, touwtjes, een aan de verkeerde zijde afgebrande lucifer, een met potlood doorboord gummetje. Het huis met zijn inrichting fungeert voor Manders als middel om ervaringen, herinneringen en verlangens, en het onderscheid tussen feit en fictie op een poëtische wijze te analyseren en te ordenen (uit: Kunst van nu 1995).

Deze wereld propageert weliswaar geen kunst om de kunst, maar is wel gesloten in de zin dat de taal die er gesproken wordt en de regels die er gelden niet verder reiken dan de muren van het denkbeeldige huis. Het zelfportret toont de materialisering van Manders' gedachten en emoties en de plaats die ze innemen in het totaal van zijn ervaringen. Zo heeft hij zelf een kast ontworpen voor zijn verzameling mislukte gedachten: "Het zijn echte gedachten, dus ik moest ze wel bewaren" (bron: Van Abbemuseum).

Manders’ kunst oogt op het eerste zicht erg verstild, weerbarstig en tegelijk breekbaar. Eens je zijn persoonlijke beeldenwereld – zijn huis – kan binnengaan, opent zich een uiterst fascinerend en poëtisch universum waarin je eindeloos kan ronddwalen (bron: SMAK).


fragmenten uit: Newspaper with Fives (foto's: Roma Publications)
Mark Manders zegt in een interview met Angela van der Elst (De Groene Amsterdammer, 2008): "Eigenlijk gaat mijn werk over het principe van organiseren, en hoe je dat met denken kunt doen. Hoe je je steeds met iets buiten jezelf verhoudt". Zo is een terugkerend thema in een aantal installaties van Manders het getal 5. "Daar ben ik vanaf 1993 mee bezig. Ik heb een ding uit de wereld gekozen waar ik een dwangmatige relatie mee heb. Dat doe ik om te zien hoe mijn hoofd werkt". Haal iets van buiten naar binnen en de machinerie komt op gang. Vijf bomen. Vijfletterwoorden. Vijf vingers. Postzegels van vijf cent. Alles was er al die tijd, maar vaak ongezien. "De wereld is veel mooier dan we weten of beseffen".

De krant "Newspaper with Fives" (i.s.m. Roger Willems) die eerst werd verspreid in Hann. Munden (1999 oplage 100.000) en later in 2001 voor Sonsbeek 9 Arnhem (oplage 150.000) werd gemaakt zijn diverse 5en verzameld. 5 peultjes die aan de muur zijn gespijkerd, 5 dode diertjes, 5 ballen - en tonen daarmee een wereld die beheerst lijkt te worden door een 'There, I Fixed It' mentaliteit, door toeval en improvisatie. In die wereld is de logica vaak zoek, vraag je je af waarom de dingen zo zijn samengebracht en geordend. En toch klopt het.

In Amsterdam bestaat de uitgeverij Roma Publications. Roma, een afkorting van de beide oprichters Roger Willems en Mark Manders. Roma Publications werd opgericht als podium om autonome publicaties te maken. De boeken die ze uitgeven komen tot stand in nauwe samenwerking met de kunstenaars, dichters en ontwerpers. Vele uitgaven kunnen als kunstenaarsboek worden beschouwd. Manders zelf heeft inmiddels ruim twintig publicaties op zijn naam staan. Op een uitzondering na zijn deze allemaal i.s.m. Roger Willems tot stand gekomen. Vier uitgaven (Night Drawings from Sel - portrait as a Building 2000, Hypocotyl Raki 2005, Les Études d'ombres 2012 en Two Connected Houses 2010) zijn i.s.m. Hans Gremmen ontworpen. De beeldende kunstenares en dichteres Marije Langelaar heeft ook aan vele uitgaven een bijdrage geleverd.

Klik voor een overzicht van de boeken van Manders op zijn website en op Collectie Gelderland.




Fragmenten uit: Slide Projections
In 2010 verscheen het kunstenaarsboek Slide Projections (i.s.m. Roger Willems, Roma Publications, 2010 oplage 900) naar aanleiding van zijn reizende tentoonstelling in de U.S.A. Het boek bestaat uit twee diaseries met elk een eigen karakter. De eerste serie dia’s vertelt in zwart-wit een waanzinnig en soms verontrustend verhaal dat begint in rommelige kamers waar vreemde objecten zoals stoofpotten, dode diertjes en volle, hangende vuilniszakken volgens een organiserend principe gebaseerd op het getal 5 zijn gerangschikt. Via een lege keuken ga je ondergronds. In een tweede huis kom je weer boven en dwaal je door kamers met werken van Manders. De halve dieren en vaak minder dan halve mensen wringen met de huiselijke setting. En dan, wanneer je net genoeg hebt gezien om je af te vragen wat hier gebeurt, ga je via een tweede tunnel weer onder de grond, terug naar de rommelige kamers waar nummer 5 koning is (bron: Maaike Lauwaert in Metropolis M april/mei 2011).

Naar aanleiding van deze tentoonstelling was er een boeiend interview met Audrey Chan voor 'Afterall'. In dit interview legt Manders uit waarom hij kiest voor het boek als uitdrukkingsmogelijkheid.

Chan: "In addition to your art practice, you run ROMA Publications, a small publishing house where you produce artist's books. What inspired you to start making books?"

Manders: "In 1998, I became friends with the designer Roger Willems and we started to make books together quite naturally. Werkplaats Typografie offered us a desk in their institution for two years so we just started producing books and it was kind of addictive. It is much more interesting to make books directly with an artist, without museums interfering. You can think quickly, clearly, and without the restrictions of a big institution. If we want, we can also think slowly and create many restrictions for ourselves, just to get to the point we want".

Chan: "For you, what is the difference between experiencing artworks in a book versus in an exhibition?"

Manders: "There is an interesting relationship between an artist's book and an exhibition. I also think that since the internet has gained so much volume, the artist's book has become even more interesting. A book is a great concentrated location for creating an exhibition. The linear relationship with time in a book is fantastic and powerful. Also, the relationship with the public is interesting. Most viewers of an artist's book own the work and choose their moment of visiting. And artist's books are small and cheap - they don't take up much space, and in a way it is good that the medium is underrated and sits under the radar of the commercial art world. For me, the relationship between an artist's publication and public space is also very interesting. In 1999, we published my "Newspaper with Fives" in an edition of 100.000 copies and distributed them house-to-house in the German city of Hann. Münden. I used the doormat or the mailbox of someone's house as a public space. I don't often show my work in public spaces, rather mainly in museums where people choose to go to see art. But since 1991 I always test a work that I've just finished in a supermarket. I just imagine a new work there and I check if it can survive where it doesn't have the label of an artwork. It is just a thing that someone placed in a supermarket. Now I am sure that all of my works can stand in that environment. In 1993, I actually showed a work in a supermarket as part of my work in the Sonsbeek 93 show".


Fragmenten uit:
Fragments from self-portrait as a building
(De Appel Foundation, Amsterdam 1997)

Fotograaf van een universele stad: Dieuwertje Komen


Omslag en binnenpagina Commonness (uitgevouwen)
Op talloze manieren wordt de stedelijke realiteit en zijn architectuur door fotografen in beeld gebracht, in opdracht en met hun autonome werk. Hoe draagt fotografie bij aan een bewustzijn over een dynamiek van een plek? Dieuwertje Komen (1979) is zo'n fotograaf. Een fotograaf van het stedelijk landschap. Haar foto's geven een inzicht in een hedendaagse stedelijke realiteit. Deze fotografie geeft haar de mogelijkheid plekken te verzamelen, te vergelijken, rangschikken en achteraf opnieuw te definiëren.

Haar uitgangspunt om naar een stad te gaan is altijd een persoonlijke nieuwsgierigheid naar de leefbaarheid van die specifieke stad en plek. De foto’s van Komen zijn een resultaat van haar wandelingen door verschillende steden en randgebieden van steden. Haar fotografische werk toont haar nieuwsgierigheid naar de herkomst en het gebruik van de stedelijke ruimte. Ze portretteert plaatsen aan de rand of tussen nieuwe stadscentra in die vaak weten te ontsnappen aan grote stedelijke metamorfoses. Komen isoleert deze plekken en rangschik ze naderhand in een serie. Op deze manier worden de plekken als een scène uit een wandeling. Een wandeling die steeds anders loopt en niet meer noodzakelijk verbonden is aan een specifieke stad, maar eerder gekenmerkt wordt door haar ontmoetingen in een stad en haar verbazing over de constructie van de stedelijkheid.

In 2009 bezocht Komen vijf middelgrote Europese steden: Bordeaux, Kosice, Pilzn, Mons en Mechelen. Al deze steden hebben de ambitie hebben om Culturele Hoofdstad van Europa te worden. In deze serie gaat Komen specifiek op zoek naar de identiteit van de Europese stad en de veranderingen in het hedendaagse 'stedelijke' landschap van Europa. Haar concentratie ligt in deze serie niet alleen op structuur van de stad maar tevens kijkt ze naar de overgang en de confrontatie tussen natuur en stedelijkheid. Een focus op het uitdijende gebied van een stad. Komen rangschikt haar foto’s van de verschillende steden op willekeurige wijze. Er ontstaat hierdoor een soort wandeling "van buiten naar binnen" die steeds anders loopt en niet meer aan een specifieke stad is verbonden, maar verhaalt over een hedendaagse stedelijkheid van middelgrote Europese steden. Haar foto's maakt de kijker bewust van een dynamiek van een plek in een stad ongeacht welke. Een dialoog met een universele stad.

Bordeaux en Mechelen als een "universele" stad
Tijdens de tentoonstelling 'Concrete Dreams' in FOAM te Amsterdam in 2009 exposeerde Komen samen met Elian Somers foto's die hun visie geven op het stedelijke landschap. Komen toonde drie foto's uit de serie van 2009, waarvan zij twee specifiek naast elkaar had opgehangen. Een foto gemaakt in Bordeaux en een foto gemaakt in Mechelen. Komen: "Wat je voor mijn gevoel op de twee foto's ziet zijn bijna identieke plekken in die stad. Met een beetje fantasie kun je doorlopen van de ene straat naar de andere straat en krijg je het idee dat je op één plek staat" (luister op: radioprogramma De Avonden 2010). In de tentoonstelling toonde Komen ons een subjectieve ervaringswereld die de werkelijkheid overtreft. Als het ware betovert zij deze werkelijkheid en laat de rijkdom, maar ook de vervreemding zien.

Tijdens deze tentoonstelling verscheen een prachtige kunstenaarspublicatie "Commonness" (FW: Books 2009) met een losbladige tekstessay van architect Martino Tattara. Het is ontworpen door Hans Gremmen. Deze publicatie bestaat uit losse vellen foto's. De vellen zijn dubbelgevouwen tot boek. Voortbordurend op de willekeurige rangschikking van de verschillende steden. In deze publicatie begeleidt Komen de kijker vanuit haar subjectieve kijk door de stad. Eerst begint het met het uitzicht vanuit het landschap op Košice. Dan raak de kijker de draad kwijt. In welke stad zit ik nu? Hiermee begint de universele stad. Via een buitenwijk gaan we door naar het centrum om daarna de stad weer uit te lopen via een andere buitenwijk. De ogenschijnlijk grijze steden bieden verschillende lagen. Door de zichtbare dynamische constructie van hun stedelijkheid verdienen zij daarmee identiteit.

Onderwerp en object als één: Hans Gremmen


Hans Gremmen vertelt over zijn fotoboeken en projecten, waarmee hij is genomineerd door de Rotterdam designprijs 2011.

Nieuwe, goedkopere technieken zorgen voor een impuls van kleine, in eigen beheer uitgegeven bundels van jonge fotografen. Deze activiteit vormt een interessante mogelijkheid voor grafisch ontwerpers. Hans Gremmen toont ons hoe vruchtbaar samenwerking met fotografen kan zijn: drukwerkjes vol prachtige fotografie. We zien bijzondere technische- en procesmatige vondsten, oude en nieuwe technieken. Zijn samenwerking met fotografen, beeldend kunstenaars, architecten en musea gaat hij aan met groot respect voor de inhoud en het eigen handschrift van de opdrachtgever. Sommige uitgaven kunnen worden beschouwd als een kunstenaarsboek. Hij houdt zijn ingrepen als ontwerper zo ingetogen mogelijk door middel van beeldredactie en typografie. Gremmen: "Ik heb als ontwerper veel contact met derde; opdrachtgevers, collega's, drukkers, lithografen. Als ontwerper ben ik de schakel tussen inhoud en uitwerking; tussen input en output. Per project probeer ik en goede balans te vinden tussen deze partijen. Alles wat niet strikt noodzakelijk is wil ik buiten de poort te houden" (bron: Fotodok.nl). Het werk van Gremmen sluit daarmee aan op een Nederlandse traditie: de kunst van het vormgeven. Ook sluit hij aan op de Nederlandse traditie van het fotoboek. Beide brengt Gremmen daadwerkelijk een stap verder. Zijn samenwerking met de fotografen als Jan Adriaans , Heidi de Gier, Dieuwertje Komen, Stephan Keppel, Karin Krijgsman, Claudia Kussel, Petra Stavast, Jaap Scheeren, Erik Klein Wolterink en Witho Worms in het platform Fw: is daar exemplarisch voor (bron: Zefir7.nl).


 Jorg Colberg vertelt over het boek "Cette Montagne, C'est Moi" van Hans Gremmen en Witho Worms.

Met bijzondere papierkeuzes, bind- en vouwwijzes, voegt Gremmen een extra rijkdom toe. Gremmen: "Onlangs is het boek "Cette Montagne, C’est Moi" (FW: Books, 2012 oplage 500) verschenen, wat ik heb gemaakt voor fotograaf Witho Worms. Het boek is gedrukt op Sirio Black. Zwart papier dus. De fotografische afdrukken van Witho zijn ontstaan uit het zwarte pigment van steenkool, waar hij door ingenieuze fotografische technieken een afdruk van heeft gemaakt. Ik heb in het ontwerp gezocht naar een vertaling van dit proces. Ik wilde met het drukken van het boek beelden uit het papier laten opkomen. Dit is gelukt door met twee soorten wit te drukken en met Cyan, Yellow en Magenta. Al het zwart wat je ziet in dit boek is dus de kleur van het papier" (bron: de Monsterkamer).

De werkwijze van Gremmen is exemplarisch voor de symbiose die kan ontstaan tussen grafisch ontwerper en beeldenmaker. In het geval van "Cette Montagne C’est Moi" was hij ook niet bang de grenzen van het boek te verkennen. Toen ze begonnen wisten ze niet dat het mogelijk was, een boek op zwart papier drukken. Maar het kan, en het resultaat is verbluffend. De eerste laag bestaat uit witte inkt waarin het negatief is uitgespaard. Dan nog een laag wit met toevoeging van highlights die ook in de foto zitten. Vervolgens drie drukgangen in kleur: cyaan, magenta en geel. Ook nu zijn er verschillen in toon. De foto’s zijn schijnbaar lukraak op de pagina’s geplaatst waardoor ze over de randen heen lopen, maar door de Japanse bindwijze kun je ze toch helemaal zien. Als vanzelf glijd je als het ware door het boek, op ontdekkingsreis naar de verschillen, diep het zwart en de geschiedenis van de berg in (bron: PhotoQ.nl).


Fake Flowers in Full Colour
Een ander project waar fotografie, digitale en analoge (druks)techniek bij elkaar worden gebracht is in het kunstenaarsboek "Fake Flowers in Full Colour" (FW: Books, 2009). Het in samenwerking met Jaap Scheeren geïnitieerde project ‘Fake Flowers in Full Colour’ (2008-2009) onderzoekt de vertaling van fotografie naar full colour drukwerk. Een driedimensionale kleurscheiding op basis van een stilleven van bloemen gereconstrueerd in de vier drukkleuren cyaan, geel, magenta en zwart. Deze werden los van elkaar gefotografeerd en vervolgens over elkaar heen gedrukt wat het beeld 'Fake Flowers in Full Colour' heeft opgeleverd. Het beeld is object geworden. Het beeld staat op zichzelf. Het lijkt van de realiteit losgeweekt en is daar, tegelijkertijd, wil het leesbaar en begrijpbaar blijven voor het publiek, in sterke mate van afhankelijk. Een foto is een synthese, een compositie van verschillende lagen. De moeilijkheid is dat je als toeschouwer van het experiment zweeft tussen die ‘onzichtbare’ aard van het beeld (de gelaagdheid) en het beeld (het boeket), tussen zijn eigenheid en wat diezelfde eigenheid (nu, in de toekomst) voor een mogelijkheden biedt. Dit probleem wordt nog complexer doordat het een experiment betreft in en met kleur. Opnieuw zijn onderwerp en object één geworden.

Omslag Serendipity



Serendipity
De afbeeldingen in het kunstenaarsboek "Serendipity" (Roma Publications 2008 oplage 750) zijn gevonden bij Paul Wyber bij 'WyberZeefdruk' in Amsterdam. Het zijn 'inschietvellen' van affiches die Wyber drukt voor ontwerpers als Meuvis & van Deursen, Lex Reitsma, Gielijn Escher, Jan Bons en vele anderen. Alle affiches zijn 118 x 84 cm en gedrukt tussen 2004 en april 2008. In het boek verwijst Gremmen naar de definitie van "Serendipity": Het doen van onverwachte ontdekkingen, door toeval en opmerkzaamheid. Voor het eerst genoemd door Horace Walpole (1717-1797) in een brief. Hij leidde de naam af van het sprookje "De drie prinsen van Serendip", waarin de zonen van de koning "talrijke ontdekkingen deden, bij toeval en uit scherpzinnigheid, waarnaar ze niet op zoek waren". Gremmen: "Serendipity is een vorm van toeval waarbij je een doel voor ogen hebt, maar op weg naar dat doel ontdek je zaken die van groter belang zijn dan datgene waar je naar op zoek dacht te zijn. In 2008 stelde ik een publicatie samen met deze titel. In deze publicatie toon ik misdrukken die ik bij de zeefdrukker Paul Wyber vond. Ik maakte voor hem een website van zijn affiches en ander zeefdrukwerk. Bij het aanleggen van het archief voor deze site stuitte ik op een stapel drukwerk van ongeveer anderhalve meter hoog. Prachtige druksels, hetzelfde formaat als de posters die hij altijd drukt (118 x 84 cm), maar eindeloos veel gelaagder en ongrijpbaarder. Het bleken inschietvellen te zijn die Wyber gebruikte om tests voor de kleur te doen en om te kijken of de stand van de drukvorm goed is. Om papier te sparen gebruikte hij oude posters. Dit levert spontane en onbedoelde composities op" (bron: Fotodok.nl).

Reminiscense: "Toen ik deze twee glijbanen zag werd de wereld
een stuk overzichtelijker. Het kan dus toch: twee dingen maken
die identiek zijn en tegelijkertijd elkaars tegenpolen".



"Telkens als het kamermeisje van dit hotel in
Las Vegas de was hier naar binnen duwde
beschadigde ze de deur.  Maar de kar duwen
en tegelijkertijd de deur openen was geen
optie. Daar is een volle kar te groot en te
zwaar voor. Die moet je duwen, die kun je
niet trekken. De oplossing voor dit probleem
is zo eenvoudig dat een ontwerper het
nooit had kunnen bedenken".
Het kunstenaarsboek "Reminiscense, an inventory of ideas and accidents" (Mediabus 2011) is gemaakt als antwoord op de vraag van de uitgever om de essentie van grafisch ontwerpen in 48 pagina's duidelijk te maken. Naar aanleiding van dit boek met daarin ongeveer 70 foto's zegt Gremmen: "In 2001, I bought my first Olympus Mju; a great analog ‘point & shoot’ camera. It is my escape-tool for documentating situations that I could never forsee to run into. Sitautions that I want to remember. I made some-thousand of these visual notations in the past 10 years. Your question was a good reason for me to make a selection. For me these images are about the essence of my design-practise. Design for me is about making compilations of things that are constantly referring to other subconscious layers. In a way all things we see and encounter are echoes of things that are already among us. I guess Plato would say that our perception and recognition is possible because the mind has seen the universal forms of all things in a previous disembodied existence. But the booklet is also a celebration of the beauty of imperfection and irrational things that surround us. For me it comes very close to the Serendipity-project i made before. That publication was also dealing with the beauty of the unintended" (bron: Mediabus.org). "... ik heb een zwak voor dingen die niet meedoen. Dingen die weigeren mee te gaan in de uniformiteit van de dag. Als ik ze tegen kom dan leg ik ze vast. Zonder omlijnd plan. Gewoon om ze te bewaren...".
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...