Posts tonen met het label Fotografie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Fotografie. Alle posts tonen

De grappige, absurde en ongrijpbare wereld van Chantal Rens

(fragmenten uit: Kanada 2013)











I would like the work to be non-work. This means that it would find its way beyond my preconceptions...It is the unknown quantity from which and where I want to go. As a thing, an object, it accedes to its non-logical self. It is something, it is nothing.

Deze quote van beeldhouwster Eva Hesse (1936-1970) is voor Chantal Rens (geboren in 1981 en wonend en werkend in Tilburg) heel aansprekend en inspirerend. Het spontane karakter van haar werk komt namelijk ook grotendeels instinctmatig tot stand. Na een lange zoektocht is het er ineens dan. Het is van te voren niet bekend hoe lang de zoektocht zou worden en uit hoeveel materiaal Chantal put. Het komt, net zoals het bij Eva Hesse het geval was, zoals het komt. Er zijn geen invloeden van buitenaf. Er wordt geen rekening gehouden met meningen over hoe er iets uit zou moeten kunnen zien. Sterker nog. Chantal probeert alle vooroordelen die in haar geheugen zijn opgeslagen opzij te zetten. Hoe het werk er uiteindelijk er uit gaat zien staat dus totaal niet van te voren vast.
(fragment uit: Carolina had weliswaar geen aids maar ze dacht er wel vaak aan 2009-2013)
Chantal houdt zich met collages bezig, en hoe! Voor Chantal is de collage het ultieme middel om uiting te geven aan haar ideeën. Kenmerkend voor haar werk is found-footage. Haar focus ligt op alledaagse foto’s; beelden die we daardoor niet direct als artistieke fotografie beschouwen. Chantal werkt intuïtief, ze verzamelt veel bestaand materiaal, reageert op wat ze vindt en tegenkomt, liefst spontaan, zonder vooropgezet plan.

Chantal haar werk sluit goed aan bij de uitspaak van de Duitse kunstenaar Joachim Schmid dat het eigenlijk niet nodig is om nieuwe foto’s te maken zolang we reeds gemaakte foto’s zinvol kunnen hergebruiken. Chantal maakt gebruik van de enorme hoeveelheid beelden uit haar archief. Chantal weet juist die fotobeelden bloot te leggen die voor veel mensen onzichtbaar blijven en is in staat om op een bijzondere manier de schoonheid ervan te duiden. Het beeldmateriaal wordt uit de oorspronkelijke context gehaald en vervolgens in een nieuwe context en beeldvorm geplaatst. Op het eerste gezicht lijkt er niets te zien aan de werken, maar juist door de nieuwe context en beeldvorm ontstaat er iets grappigs, iets raadselachtigs, ongrijpbaars of iets speels.

Er ontstaan dan werken die niet ontleend zijn aan de werkelijkheid zoals wij die kennen, maar aan een voorstellingsvermogen dat daar buitenom gaat. Volgens Chantal zijn “ongrijpbare beelden waar je met je verstand niet bij kunt de beste werken. Dat kun je niet forceren of afdwingen, soms ontstaan ze en vaak ook niet”. In haar werken zijn vaak dieren, planten en vooral ook mensen afgebeeld, vooral echtparen, vrouwen of kinderen. Bijna alle gezichten zijn bedekt of bewerkt. Op een speelse, kinderlijke manier worden beelden opnieuw samengesteld tot eenvoudige voorstellingen. Dromerige, spontane, bekoorlijke, of magische beelden, soms met de nadruk op het absurde, waarbij titels soms verklaren, maar je ook op een verkeerd been kunnen zetten. 



Fragmenten uit:
Y
OU RUN AROUND TOWN LIKE A FOOL AND YOU THINK THAT IT’S GROOVY (2016)
Foto's Chantal Rens
Chantal zet de beelden naar haar eigen hand door er in te knippen en snijden en ze met simpele ingrepen te vervormen tot iets nieuws. Kunstenares en curator Florette verwoord het werk van Chantal als “Bevrijd van het cliché en de fixatie, ontdekt het eindeloze mogelijkheden van wisselwerking. Het samengestelde beeld kan niet anders dan in een loop vervat raken. Wij staan daar volledig buiten” ( bron: KUNSTWORDTTERUGKUNST, publicatie #3. 09/2012). Volgens kunstcriticus en auteur Alex de Vries kun je door de techniek van uitknippen, opplakken en inlijsten het werkproces dat ze volgt nauwkeurig afleiden. “Het resultaat is echter een beeldende gewaarwording die vergelijkbaar is met die van het trompe l’oeil. Je weet niet wat je ziet, terwijl je dat toch zeker denkt te weten” (bron:  Een hapering in het denken It’s uh that way, openingstoespraak 8 maart 2013, Luycks Gallery).

Behalve losse collages, behoren ook kunstenaarsboeken tot het oeuvre van Chantal. Een kunstenaarsboek is een medium, meer dan alleen een drager van afbeeldingen, al dan niet in combinatie met tekst. Op het moment dat eigenschappen en vorm van een boek samenvallen met je idee, kun je spreken van een kunstenaarsboek. Het kunstenaarsboek heeft de unieke mogelijkheid dat je dit kunt aanraken en zien tegelijk (bron: Rein Jelle Terpstra, catalogus Sequence 1 2015). Chantal kiest op dat moment ook bewust voor het boek omdat het vastgehouden kan worden, er kan doorheen gebladerd worden, het kan gelezen worden. Daarmee ontstaat een bijzondere één op één relatie tussen haar en haar publiek.
BEING in SHAPE 2009-2013 (foto Chantal Rens)
De uitgaven kunnen bestaan uit samengestelde beelden zonder een context. Willekeurig gekozen, zoals in de uitgave ‘Kanada’ (oplage 250 genummerd en gesigneerd, 2013). In dit boekje gebruikt Chantal diverse kleuren en diktes van papier waardoor een variatie van verschillende uitvoeringen ontstaat. De uitgave ‘YOU RUN AROUND TOWN LIKE A FOOL AND YOU THINK THAT IT’S GROOVY’ (oplage 500 genummerd en gesigneerd, 2016) daarentegen is wel door een eenduidige keuze tot stand gekomen. Hierin worden wilde en huisdieren getoond met zich meedragend een glas alcoholische versnapering. In ‘BEING in SHAPE’ (1e editie oplage 25, 2009, genummerd en gesigneerd en 2e editie oplage 50, 2013, genummerd en gesigneerd) wordt beeldmateriaal uit één bron gebruikt is, namelijk een jaren zeventig kinder-gymnastiek -oefeningen-boekje uit Australië.

Chantal geeft haar publicaties zelf uit. “Zelf uitgeven geeft autonomie, het hoe, wat en waarom zelf bepalen. De tijd en ruimte om werk te laten rijpen zonder tussenkomst/inmenging van andere mensen”.  


De bestelde uitgaven worden niet zomaar in een envelopje ingepakt en opgestuurd. Absoluut niet. Het is een waar feest om een uitgave te ontvangen. Een lust voor het oog. Het wordt verstuurd in een enveloppe vol geplakt met gevonden beeldmateriaal en als dat al niet genoeg is stop Chantal er ook los materiaal in als ansichtkaarten, stickers, buttons en zelfs soms een kleine collage. Kunstwerkjes als verpakking.


Foto's Chantal Rens
Het laatste project van Chantal, ‘Cats and dogs in the window’, ligt haar focus niet op alledaagse foto’s die we elke dag om ons heen vinden en bestaand beeldmateriaal uit archieven. Al een tijdje maakt Chantal op straat foto’s van katten en honden die achter een raamkozijn zitten. Elke dag wordt op een website een foto geupload. Ook hier is sprake van een groot aantal beelden die waarschijnlijk aan je voorbij was gegaan. Het lopende project is ook uitgekomen in een handgemaakte publicatie met originele foto’s, getiteld ‘Cats and Dogs in the Window’. De driedelige uitgave is handgemaakt, gesigneerd en genummerd.
(fragment uit: Carolina had weliswaar geen aids maar ze dacht er wel vaak aan 2009-2013)

De onbevooroordeelde fotografie van Hans Biezen.

Een aantal originele foto's uit de tentoonstelling "Foto's van Jet" in het van Abbemuseum.
Overzichtstentoonstelling in het Alma Löv Museum in 2011 (© foto Hans Biezen)
 
Inleiding
Begin jaren zeventig van de vorige eeuw wordt de Nederlandse fotografie een nieuw leven ingeblazen. Niet langer gaat het de fotograaf alleen maar om de inhoud van de foto. Het gaat verder. Er wordt gebruik gemaakt van ruimte, licht en timing. Er is het constante zoeken naar verborgenheden evenals het creëren van lichtvallingen, schaduwen, abstracties en een zekere ‘surrealistisch esprit’. Dit alles suggereert een wereld buiten de foto om. Het werk grijpt terug op de tijd van de grote meesters die in hun schilderijen op enigmatische wijze ruimte en licht, en de diepte van lumineuze tonen wisten weer te geven (bron: Lorenzo Merlo, Hedendaagse fotografie in Nederland 1980).
 
In diezelfde tijd ook wordt de jonge Rudi Fuchs aangesteld als directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven. Dankzij hem, en door de eerder genoemde ontwikkelingen komen de Eindhovense kunstenaars weer in beeld. Fuchs neemt intensief deel aan gesprekken in de Eindhovense ateliers, leert er de houdingen en standpunten kennen, die mede het beleid van het Van Abbemuseum zullen bepalen. Hans Biezen, René Daniëls, Piet Dirkx en Stijn Peeters zijn aansprekende Brabantse kunstenaars uit die periode. Onder de rook van het Van Abbemuseum komen inspirerende projecten als het kunstenaarsinitiatief De Fabriek van de grond. In de Randstad is iets dergelijks nog ondenkbaar (bron: Michiel Morel, onder de rook van Van Abbe 2011).

Onbevooroordeelde fotografie van Hans Biezen
Fotograaf Hans Biezen staat tijdens deze ontwikkelingen in het centrum van de Eindhovense kunstwereld. Biezen, opgeleid als beeldhouwer, is op fotografisch gebied autodidact. Dit is niet zonder reden, want op deze wijze wil hij zo eerlijk, dat wil zeggen zo onbevooroordeeld mogelijk fotograferen. Meer dan beeldhouwen is fotografie voor hem een middel om de werkelijkheid naar eigen inzicht en gevoel te interpreteren. In zijn fotografie richt Biezen aanvankelijk zijn aandacht op situaties die hem de gelegenheid geven om mooie en sterke foto’s te maken. Maar die voorwaarde ‘mooi’ ervaart hij op een gegeven moment ook als een beperking van zijn fotografische mogelijkheden. Daarom versobert Biezen zijn fotografie tot een hoofdzakelijk documentaire vorm (bron: Atelier 14, Stedelijk Museum Amsterdam 1977).

Fragment uit: "Foto's van Jet"
Foto’s van Jet
Biezens fotografische ontwikkeling gedurende de jaren zeventig is duidelijk te zien op zijn eerste tentoonstelling ‘Foto’s van Jet' in 1975 in het Van Abbemuseum. Biezen volgt zijn vrouw Jet jaren achtereen met een camera en legt als een soort van dagboek van haar leven de belangrijkste dagelijkse gebeurtenissen vast. De foto’s vormen een reeks die begint als Jet achttien jaar is (januari 1969) en die eindigt op het moment van de tentoonstelling. In bijna elke foto kijkt Jet naar de fotograaf. De fotograaf kijkt terug en begrenst de werkelijkheid in een beeld. Volgens Rudi Fuchs wordt Biezens manier van fotograferen in de loop van de jaren '70 helderder, eenvoudiger en tegelijkertijd neutraler. “Berekende vormgeving verdwijnt dan, hoe beheerst ook de foto’s steeds zijn. Veranderlijk in de reeks is dan alleen het model, en niet de fotografische stijl die simpel en aan zichzelf gelijk blijft. Jet is zoals ik denk dat zij is. Een foto stimuleert de verbeelding; omdat onze verbeelding gebruik maakt van onze ervaringen, reorganiseert een foto onze waarneming van de werkelijkheid” (bron: inleiding catalogus Foto’s van Jet).

Deze tentoonstelling blijkt de sleutel tot zijn vervolgwerk. Beeldverhalen worden Biezens handelsmerk. Observatie en registratie van de werkelijkheid, het creëren van archieven met betrekking tot ervaringen en het samenstellen van korte verhalen met als onderwerp een periode die Biezen beroert.


Fragmenten uit: "Mittwoch"
 
Bijdrage aan: Beelden van de eigen werkelijkheid (Van Reekumgalerij Apeldoorn 1979)
De fotodagboeken
Tussen 1975 en 1984 komen verschillende dagboeken tot stand met kenmerkende foto’s van eigen omgeving. Ze beschrijven fotografische periodes variërend van één tot honderd dagen. Foto’s van iedere esthetiek ontdaan, intiem en sensueel met Jet als middelpunt. Ze worden afgewisseld met vrouwelijk naakt, winterse landschappen, portretten en stillevens met sigaren. Maar ook met foto’s van een bezoek van Rudi Fuchs en kunstenaar Baselitz. In dit werk gebruikt Biezen fotografie als een spel met zijn eigen werkelijkheid; hij creëert in zijn foto’s situaties die evengoed allemaal thuis hadden kunnen plaats vinden. Kunstadviseur Michiel Morel verwoordt zijn dagboeken als volgt: “dagboeken ontdaan van esthetiek, privé en niet zelden intiem en sensueel, afgewisseld met gewone en minder gewone gebeurtenissen. De foto’s vertellen details van een groter verhaal, waarin het ingrijpen in de tijd wordt geregistreerd, evocatief, af en toe romantisch, nuchter ook. Deze beeldverhalen zijn tijdsdocumenten geworden, waarvan slechts uiterlijke zaken als kleding veranderden, maar de feiten hetzelfde zijn gebleven. Jet zal in zijn oeuvre een centrale plek blijven innemen; foto’s van haar zijn Biezens lentebloesems” (bron: onder de rook van Van Abbe 2011).


Fragmenten uit: "100 dagen"
De foto’s uit de dagboeken zijn heel mooi geregistreerd in twee kunstenaarsboeken: Mittwoch 29-3-1978 (ontwerp i.s.m. Walter Nikkels, Van Abbemuseum Eindhoven, 1978) en 100 dagen. 15-12-1978 / 24-3-1979 (Galerie Nouvelles Images, Den Haag i.s.m. De Gemeentelijke Van Reekum Galerij, Apeldoorn, 1979 oplage 1.000). Het boek zelf is volgens Biezen beeldende kunst en geen afbeelding van beeldende kunst. Het is geen boek over kunst, het is ook geen catalogus met plaatjes. Het is het werk zelf. Biezen: “De meeste boekjes zijn gemaakt en bedoeld om in je jaszak te stoppen. Ook voor mij is een kunstenaarsboek een werk dat een één-op-één relatie schept tussen mij en het publiek”.
 
Fragment uit: "De Nacht"

Foto’s uit deze periode zijn in 2001 ook in Nederland te zien, in het kader van het project ‘Foto’s van de nacht’. Dit project bestaat uit een kunstenaarsboek met de titel De Nacht (Artoteek Den Haag 2001, oplage 350) en een tentoonstelling in de Artoteek Den Haag georganiseerd door Michiel Morel, de toenmalige directeur van de Artoteek. De registratie van foto’s in het boekje zijn voorzien van teksten van Jacqueline Nas. Het is een selectie van foto’s die zich allemaal in de nachtelijke uurtjes afspelen. De foto’s zijn een relatie met elkaar aan gegaan. Ze vertellen wat over elkaar. Dit is in zo’n sterke mate aanwezig dat Biezen de tekst van Nas als foto’s mee laat spreken.

Documentaire fotografie
Naast zijn autonome werk in de jaren zeventig en tachtig gaat Hans Biezen ook ‘documentair’ aan de slag. Michiel Morel: “voorts werkte hij voor talrijke, nu wereldberoemde kunstenaars als André, Baselitz, Byars, Kiefer, Rückriem of Zaug. Beter dan welke fotograaf, bleek hij het karakter en de plasticiteit van hun werk te kunnen fotograferen. Maar hij werd ook de ‘hoffotograaf’ van het Van Abbemuseum. Biezens foto’s van tentoonstellingen, evenementen, zaaloverzichten en portretten van kunstenaars zullen regelmatig opduiken in de door Walter Nikkels ontworpen catalogi en andere publicaties. Ze geven een heldere en soms ook weelderige kijk op het kunstleven in en rond het museum” (bron: onder de rook van Van Abbe 2011).
 
"Tenten" (De Vleeshal 1984, (© foto De Vleeshal)
 
Leporello: "8 Tenten" (Van Abbemuseum 1979)
Conceptuele fotografie
Het werk van Biezen wordt later conceptueler. Begin jaren tachtig legt hij tentobjecten fotografisch vast die hij in de periode oktober 1983 tot oktober 1984 voor verschillende natuurlijke omgevingen ontwierp. Hij toont deze tenten en de foto’s in 1984 in De Vleeshal te Middelburg en een jaar later in het Van Abbemuseum. Naar aanleiding van de tentoonstelling in Eindhoven is het kunstenaarsboekje 8 Tenten uitgegeven. Dit boekje bestaat uit een leporello van zeven ansichtkaarten waarop de tenten in verlaten landschappen zijn afgebeeld. In de catalogus van De Vleeshal is een inleiding van Rudi Fuchs opgenomen met een treffende verwoording van dit werk: “Het gaat om de wereld achter de horizon, om de wereld (in de moderne kunst) die buiten het perspectief is komen te liggen. Allereerst reisde de fotograaf in het veranderlijke gezicht en in de gedaantes van zijn vrouw, ook in de dingen die zij aanraakte. Bijzondere mise-en-scène bracht het beeld aan de andere kant van de horizon waar het verrassend werd. De tenten in de vallei zijn een volgende stap: geen ontsnapping naar een verbreding van de middelen en een verder loslaten van de theorie. Het beeld komt nu, spaarzaam gevormd slechts: een gestalte die ’s morgens door de nevel in de kring van licht treedt”.

Fragment uit: "Het Huis" (z.t. 1987)
Fragment uit: "Het Huis" (z.t. 1992)

Drie werken uit de periode "Biezen als lichtkunstenaar"
Overzichtstentoonstelling in het Alma Löv Museum in 2011 (© foto Hans Biezen)
 
Biezen als lichtkunstenaar
In projecten gedurende de jaren ’80 en ‘90 gaat Biezen op zoek naar de grootsheid en de macht van de natuur, onderzoekt hij licht, donker en perspectief met eigengemaakte schaalmodellen. Biezen wordt meer een ‘lichtkunstenaar’ dan fotograaf. Hij bouwt maquettes die hij op een zodanige manier belicht en manipuleert dat het bestaande locaties lijken. Er zijn theoretici die de fotografie magisch vinden omdat ze zo ‘plat’ is, en juist haar ‘platheid’ diepte en ruimte kan suggereren. Voor Biezen is de ruimte op zich juist een magisch gegeven. Hij gebruikt de fotografie om zijn ruimtes weer te geven. Het zijn letterlijk zijn eigen ruimtes, want hij treft ze niet aan, maar bouwt ze zelf op. Ruimte als een natuurkundig begrip van hoogte, breedte en diepte? Of zijn de fysische dimensies afspiegelingen van een geestelijke ruimte? Ruimte als gedachte. En ruimte kan waarschijnlijk alleen maar een mediterende geest veroverd worden. De fotografie van Biezen is een verslag van deze verovering (bron: 89 Fotografie).

Een registratie van deze foto’s zijn opgenomen in het kunstenaarsboek Het Huis (Jan van Eyck Akademie, Maastricht 1992, oplage 350). Door deze foto’s tegelijk te laten zien gaan ze een relatie met elkaar aan. Ze bepalen elkaars context, vertellen iets over elkaar. Dit is in zo’n sterke mate aanwezig dat Biezen ook opschriften en tekst als foto’s mee laat spreken. Het boekje begint met een afbeelding van zijn atelier en vervolgens met een gedicht.

Een huis dat weer verdwijnen kan,
zonder sporen achter te laten.
Het huis staat niet op de grond,
maar iets erboven.
Een huis dat zich niet van de natuur
isoleert en waar men de regen hoort.
Een huis met spannende structuren
en kamers zonder deuren, met vensters
voor licht en warmte.
Een huis dat leeft en sterft met
zijn bewoners.
Een jas, een huis. Een hoed, een dak.
Het huis bewoont door nomaden.
Een huis om in te ademen.
Een huis als dorp.
Een huis als toegankelijk sculptuur.
 
“Diep van binnen, ben ik een schilder”
Over de ontwikkeling van de (digitale) fotografie in de jaren negentig in Nederland zegt Biezen het volgende: “wars van elke ideologie, zonder voorbedachte rade, stel ik vast dat de fotografie in de jaren negentig een essentiële grens overschrijdt; namelijk begrippen als het land, de ruimte en het licht, worden voor het eerst ondergeschikt gemaakt aan het Concept. De digitale fotografie heeft zijn entree gemaakt. Nooit meer zullen wij zeker weten of de boom rechts van Jan of links van Piet stond. Wat reeds artificieel was, is nogmaals gedubbeld. Wij zullen voortaan kijken met ons verstand en denken dat we iets zien. Een uitgelezen moment om de laatste generatie jonge fotografen uit te nodigen. Zij, die nog opgroeiden met een enkelvoudige mogelijkheid tot het creëren van een illusie. Kortom, een poging om vast te stellen waar de werkelijkheid ons door de vingers glipt. Diep van binnen, ben ik een schilder” (bron: Leerschool der photographie, 1993).

"99 dagen sneeuw" (2010 © foto Hans Biezen)
Overzichtstentoonstelling in het Alma Löv Museum in 2011
 
De zingende natuur in Zweden als inspiratiebron
In 1995 vestigt Biezen zich, samen met Jet in Zweden. Het fotograferen gaat in Zweden gestaag door. Michiel Morel: “Biezen werkt in het Noorden van Zweden, 200 km verwijderd van de Noordpoolcirkel, nog steeds in rust en stilte op zijn landgoed. Het is een Zweedse bondegård met vele opstallen, waar de elanden in de winter voor de ramen staan en beren in de lente, op zoek naar voedsel, dicht bij zijn territorium geraken. De lange, ijskoude, donkere winterdagen, die Biezen grotendeels in een licht en helder atelier doorbrengt, zetten hem tot veel creativiteit aan. Veel van Biezen’s fotografie heeft ook betrekking op de zingende natuur in Zweden. Bloemen, varens, kruiden, bomen, stammen, takken, bergen, rotsen, water of wolken komen in hun vergankelijkheid veelvuldig in zijn werk voor”. Biezen legt uit: “belangrijke inspiratiebronnen gedurende de jaren zeventig en tachtig waren om te beginnen vooral de fotograaf  ‘Lartigue’, maar tegelijkertijd ook de conceptuele kunst uit die periode. Omdat ik me vanaf 1995 min of meer heb teruggetrokken door naar Zweden (en zijn bossen) te verhuizen, is dat eigenlijk de voornaamste inspiratiebron gebleken. Tot op heden”.



Fragmenten uit: "Stam Stock"
Zo is er in 1999 in het Alma Löv Museum in Ostra Amtervik en op diverse andere plaatsen in Zweden zijn bomenproject ‘Stam-Stock’ te zien. In het Alma Löv Museum is dit project als onderdeel van de tentoonstelling ‘Make A Memory’ opgenomen. Naar aanleiding hiervan is het kunstenaarsboekje Stam Stock (Ramstroms Tryckeri, Sunne 1999, oplage 500) verschenen. Biezen: “Het boekje gaat over ‘HOUT’. Er liggen volop boomstammen overal in de bossen en aan de kant van de wegen bij ons in Zweden. "A tree is best measured when it's down", is hier een zeer toepasselijke uitspraak. De schoonheid van de stam, in al zijn soorten en maten wordt vaak overschaduwd door het imposante bladerdak. Door de stam te isoleren van de rest, ontdek je de schoonheid, de letterlijke waarde en de structuur. Voor mij was het van belang de bomen in tact te laten en ze niet om te zagen. Dat dat een goocheltruc moest worden is waar, maar niet van belang”.

In de zomer van 2011 heeft Biezen in zijn vertrouwde Alma Löv Museum nog een grote overzichtstentoonstelling. In Zweden heeft de kunst voor Biezen een andere betekenis gekregen. Nadenken, wandelen, navelstaren, observeren, bouwen en sinds kort weer het manipuleren van ruimte en tijd in zijn maquettes. Het zijn de belangrijkste elementen in het Zweedse kunstleven van Biezen: “Ik onttrek me er niet aan, dat zou ik ook niet meer kunnen, maar het tempo is veranderd. Meer tijd om iets niet te maken. Rust en ruimte doen wonderen” (bron: onder de rook van Van Abbe 2011).

"De onbevooroordeelde fotografie van Hans Biezen" is in december 2012 i.s.m. Hans Biezen tot stand gekomen.

"Maquette" 2011( © foto Hans Biezen)
 

AutomaGische inspiratie en boek als intimiteit: Anouk Kruithof.

Anouk Kruithof  (fragment: 'The Daily Exhaustion’)
© foto Anouk Kruithof
Het kunstenaarsboek.

Een schilderij of een sculptuur is een duidelijk herkenbaar medium. Zij vinden hun weg naar de kijker of de koper via presentaties in musea en galeries. Iedere keer als zich een nieuw medium aandient, zie je ‘dit circuit’ aarzelend en met de nodige tegenzin reageren. Maar hoe zit dat met een kunstenaarsboek? Waarom kies je als kunstenaar voor het medium boek? Is het een vanzelfsprekende keuze? Volgens publicist, recensist en curator Rob Perrée gedraagt het kunstenaarsboek zich bij de presentatie ervan eigengereid. Het is volgens hem gedoemd een bestaan in de marge te leiden. Perrée: “Al is het noodgedwongen een marginaal medium, het is wel een volwaardig medium. Het fascineert omdat het zich zo moeilijk gewonnen geeft. Het intrigeert omdat het drempels opwerpt. Juist het mysterie maakt het aantrekkelijk. Toch hebben de galeries en musea nog niet de ideale manier gevonden om het te presenteren. Meestal verdwijnt het, haast letterlijk, in een vitrine. Opengeslagen op een mooie pagina of trots zijn omslag tonend. Een verre van ideale situatie, omdat ze geen recht doet aan wat het medium uniek maakt: de boekvorm” (bron: Een eigengereid medium, Rob Perrée 2006).
 
Bij het kunstenaarsboek gaan we in ieder geval er vanuit dat de kunstenaar de verantwoording heeft voor het creatieve idee en dat het boek zélf het beeldende werk is. Een project, idee, of creatief proces wordt dus met het kunstenaarsboek uitgedrukt. Het werk wordt uitgedrukt als boek. Het werk komt hiermee volledig tot zijn recht. Het schept een een-op-een relatie tussen de kunstenaar en zijn publiek. Daarmee neemt de kunstenaar bewust het besluit dat het werk niet aan een muur in een museum komt te hangen.
 
De laatste jaren zorgt de fotografie voor een opleving van het kunstenaarsboek. Volgens Frits Gierstberg, bijzonder hoogleraar fotografie, zijn de nieuwe mogelijkheden voor het publiceren van boeken grotendeels ontstaan door de digitalisering. Kunstenaarsboeken hebben volgens Gierstberg de oude traditie van fotografie in druk doen opleven – al dan niet via Printing On Demand (POD) en het in eigen beheer uitgeven. Gierstberg: “De fotografie lijkt met dit alles een fase ingegaan waarin meer wordt geëxperimenteerd, meer artistiek onderzoek gedaan, conceptueler wordt gewerkt en verschillende media naast elkaar gebruikt. Een fotograaf van de jongere generatie die de nieuwe artistieke vrijheid in de fotografie goed begrijpt en daarvan de grenzen nog eens oprekt, is Anouk Kruithof” (bron: De Gids 2011).
 
'Check Double Check' versie 1 in SPWTP&E Antwerpen 2010 (© foto Anouk Kruithof)
'Intercollapsing' in De Brakke Grond 2011 (© foto Anouk Kruithof)

Een multimedia kunstenares.

Beeldend kunstenaar en fotografe Anouk Kruithof is afgestudeerd binnen de richting fotografie aan de kunstacademie St. Joost in Breda. Ze is een multimedia kunstenares. Zij maakt foto’s, video’s, installaties, kunstenaarsboeken en in situ werken zoals een foto taart of take away werk. Tijdelijke werken ook, zelfs performance en heel af en toe een collage. Hierbij zijn de foto’s een belangrijk beeldend middel. Dit wordt door haar op een vaak conceptuele manier benaderd. Haar werk komt met regelmaat tot stand in samenwerking met de mensen die zij fotografeert. Kruithof voert daarbij de regie maar is niet bang om het toeval een stevige rol te geven. Ook schuwt ze hierbij niet om haar werk gewaagd en prikkelend te presenteren, zoals dat in september 2011 te zien was in De Brakke Grond Amsterdam op de tentoonstelling ‘The second act’, georganiseerd door Time to meet. Met haar installatie ‘Check/Double Check: Intercollapsing’ (2010-12) brak zij volledig met de traditionele presentatie van fotografie.

Bewondering en inspiratie.

Er zijn veel goede kunstenaars, schrijvers en filmmakers die Kruithof bewondert: Todd Solondz, Michel Houillebec, Sophie Calle, Bas Jan Ader, Janet Gardiff, Harmory Korin, Mark Manders, Mike Leigh, Murakami, Allain de Botton, Brian Blommaert, David Lynch “en nog zoveel meer...” Kruithof wordt automaGisch geïnspireerd door de combinatie van hardlopen, dansen, haar slapeloosheid en de relatie die zij aangaat met (onbekende) mensen. AutomaGisch is een verbastering van automatisch. Het 'maGisch' geeft aan dat het vaak een raadsel is hoe dat gaat.

1.  De relatie met (onbekende) mensen.

Met betrekking tot de relatie met (onbekende) mensen geeft Kruithof aan dat zij kunst maakt omdat dat haar verbindt met mensen: “zowel in het proces kan een 'wandering' ervoor zorgen dat ik iemand ontmoet die mij leidt tot een project. Ook mensen die ik uitnodig om als protagonisten van mijn foto's te participeren, brengen mij ideeën. Gesprekken of interviews kunnen de basis worden van een werk. Zij kunnen de sleutel zijn. Ik maak zo onderdeel uit van het publieke terrein, observeer, reflecteer en verwerk of verbeeldt naar werk. Hiermee ben ik sociaal, iets dat ik noodzakelijk acht. Ik ben een humanist. Ik zie dit ‘wanderen’ als rondlopen met een vooropgesteld idee voor een project en tegelijkertijd staan alle antennes op mijn hoofd totaal uitgespreid naar buiten. Naar de buitenwereld. Het echte bestaan, een hoek verder dan het scherm. Het universum. Zo tref ik mensen. Soms toevallig. Soms omdat ik er als een magneet naar toe gezogen word. Het gebeurt gewoon, dan is er contact. Dat is iets belangrijks: contact, het is als een gen van het collectieve bewustzijn”.
 
2.  Slapeloosheid.

Volgens Kruithof is slapeloosheid iets waar je nooit meer van afraakt. Het heeft volgens haar natuurlijk vooral een negatieve associatie, maar ze heeft het met de jaren ook leren zien als iets dat je kunt omarmen (optimistisch zijn over een verschrikking). Kruithof: “als je slapeloosheid hebt, bevind je, je veelal wakker in je bed, want je lichaam is te moe om iets te doen, maar je geest kan niet ophouden met ratelen. Die blijft maar hyper en alert, alsof die zelfs nog moet leven en doorgaan wanneer al het andere eromheen stil is. Gedachten stromen als een woeste orkaan door je hoofd, maar je wilt ze verdrijven, dat kan niet. Soms na uren vechten beland je toch in een soort tussenfase van wakker zijn en slapen. Je ogen open en dicht tegelijk hebben. Figuurlijk en letterlijk gezien. Het is als een gevecht tussen dysforie en euforie, waarin een tussenruimte ontstaat van tomeloze dromen. Als je ze ertussenuit kan vissen, dan heb je een idee, een krachtig gevoel, er is inspiratie”.
 
3.  Dansen.

Dansen is voor Kruithof de ultieme symbiose van muziek in je opnemen en vrije fysieke uiting. “Ik dans iedere dag, ik kan niet zonder. Vaak alleen in mijn kamer of op straat. Maar ik tracht af en toe ook grondig uit mijn dak te gaan in een openbare plek, dus waar ook andere mensen zijn. Ik zie dit als een noodzakelijkheid, want dit is namelijk de beste stress release in mijn optiek. Automatisch glijden zorgen van je af als je danst, eventueel onder invloed van alcohol of andere middelen, dat maakt niet uit. Het put je misschien fysiek uit, maar geeft je geestelijk een verruiming die ervoor zorgt, dat van alle dingen waar je eerder over tobde verdwijnen en louter de dingen die er toe doen, dus dingen waaraan je aandacht moet geven, overblijven. Ook is het een uitwisseling van energie, als je het met andere mensen doet en dan voel je dat je onderdeel bent van een collectief bewustzijn, iets wat ik ook belangrijk vind. ‘uit je dak gaan’ vind ik ook een mooie uitdrukking, het is nogal grappig als je het je verbeeldt... Het betekent ‘buiten zinnen raken’ en dat is zoiets als tijdelijk gek worden. Gekte is voor mij iets goeds. Het heeft te maken (in dit geval dan) met het verliezen van controle. Wanneer je dat kan en durft, heb je volgens mij iets overwonnen. Je bent namelijk beland in het onbekende gebied van oneindige mogelijkheden die je in ‘het korset des moderne mens zijn’ nooit had ontdekt. Dat is het moment, de ruimte waarop en waarin alles pas boeiend gaat worden in het leven”.
 
4.  Hardlopen.

“Als lichte endorfine verslaving, als een soort positief medicijn. Vrij snel gaat mijn lichaam volgens mij endorfine aanmaken en dit maakt mij euforisch en geeft me drive”.


'The Daily Exhaustion’ (© foto Anouk Kruithof)


'The Daily Exhaustion’ at Daegu Photo Biennale, 2012 Korea
(© foto Anouk Kruithof)

Het kunstenaarsboek als onderdeel van een installatie.

Na haar afstuderen zijn beelden voor haar nog steeds het uitgangspunt om een verhaal te vertellen, maar auteurschap of esthetiek zijn geen strenge vooropgestelde uitgangspunten; de functie van de foto’s is om een idee te dienen, om de creatieve uitvoering van een concept vorm te geven (bron: PhotoQ.nl 2012).
 
Voor deze vormgeving gebruikt zij ook vaak het kunstenaarsboek. Uit de zes publicaties die Kruithof heeft gemaakt blijkt dat het boek voor haar een goede manier is om haar creatieve ideeën uit te drukken. Een Kruithofpublicatie is onconventioneel, origineel en ontroerend. Ze gebruikt dit echter niet altijd als zelfstandig medium. Ze combineert de presentatie van haar werk met een combinatie van foto’s met installaties. Haar kunstenaarsboek is daar soms een onderdeel van. Een prachtig voorbeeld is: ‘The Daily Exhaustion’. Dit is een reeks zelfportretten die ze uitdrukte in krantvorm (Kodoji Press 2011 oplage 5.000). Deze uitgave kan als kunstenaarsboek worden beschouwd. Het gaat over de uitputting die de westerse mens dagelijks ervaart. Kruithof putte zich voorafgaand aan de foto’s fysiek uit door te gaan spinnen (indoor-cycling) om zichzelf vervolgens in uitgeputte toestand op de gevoelige plaat vast te leggen. Bij de presentatie van dit werk bedacht Kruithof een ruimtelijk concept: naast de foto’s een installatie van opgestapelde kranten. De kranten konden door de toeschouwers gratis meegenomen worden.
 
'Lang zal ze leven' (Dutch Doc Award 2012, Tropenmuseum Amsterdam)
© foto Anouk Kruithof
Fragment uit: 'Lang zal ze leven' (© foto Anouk Kruithof)
Een ander voorbeeld is het conceptueel-sociale project met de titel ‘Lang zal ze leven’. Hiermee heeft zij zich opnieuw verdiept in de menselijke geest. Door aan psychiatrische patiënten te vragen hoe zij hun verjaardag wilden vieren en die wens ook daadwerkelijk uit te voeren. De schijnbare grens tussen patiënt en omgeving verdwijnt in rituelen die niet anders zijn dan bij niet-patiënten. En daarmee die twee werelden effectief en confronterend met elkaar verbindt (bron: FoMaa). Uiteindelijk maakt Kruithof een krant waarin alle verjaardagen zijn gedocumenteerd. 'Lang zal ze leven' bestaat uit quotes van de interviews en foto’s van handgemaakte driedimensionale sets waarin de documentatiefoto’s van de verjaardagen als kleine exposities zijn te zien. De publicatie (In eigen beheer, 2011 oplage 500), die als een kunstenaarsboek kan worden beschouwd, geeft een chronologisch overzicht van de viering van de tien verjaardagen en toont de integere wijze waarop is samengewerkt met mensen met een psychiatrische beperking. Op een tentoonstelling van de onafhankelijke stichting ‘Dutch Doc Photo’ was de verjaardag van Frits de Beer (64) te zien. De expositie was bijna een letterlijke weergave van het deels handgemaakte boek.
 
Een kunstenaarsboek als een intiem werk.

Een boek heeft voor Kruithof iets heel intiems. Het is als een ‘spel’ tussen de bezitter van het boek en het boek zelf. Tussen deze twee gebeurt het volgens haar. “Ik zie een kunstruimte als een plaats om het kunstwerk vorm te geven, te plaatsen, te installeren. Precies zo zie ik de pagina’s en omslag etc. waaruit het een boek bestaat ook. Het is een ‘ruimte’ die de concentratie van het kijken en eventuele lezen bepaald. Ik vind zelf ook het proces van boek maken een aangename manier van werken: het is klein, je kunt het overal doen, heel intiem en geconcentreerd. Je bent in een boekmaakproces niet van veel 'buitenaf' afhankelijk, zoals bij een video of een installatie in een museum bijvoorbeeld. Een solitude proces, een soort worsteling met eenzaamheid is het. Een boek maken is daardoor zwaar, maar boeiend en keer op keer een uitdaging”.
 
Het blijft een voortdurende overweging om werken niet alleen aan de muur van een museum etc. op te hangen, maar soms ook in boekvorm te presenteren. Kruithof legt uit: “Het boek kan op een vrij gekozen moment bekeken worden, er zijn geen openingstijden en er is geen moment waarbij de suppoost je vriendelijk verzoekt te gaan. Dit versterkt de intimiteit en biedt de ruimte voor de concentratie van het kijken en eventueel lezen”. De kunstruimte en het boek lopen volgens Kruithof parallel aan elkaar, maar op een gegeven moment komen ze bij een T-splitsing aan. In een kunstruimte is er geen heldere oriëntatie, je kunt dicht naar de muren gaan of in het midden blijven staan, rechts omlopen of linksom of zelfs achteruit gaan. Kruithof: “Het boek is in richting zoals een horizontale lijn. In principe is er een begin en een eind. Al weet je dat bij een kunstenaarsboek nooit natuurlijk. Je kunt de eigenaar van je boek aansturen en bijvoorbeeld met je opeenvolging van je beelden een verhaal vertellen. Eenvoudig van voren naar achter of andersom. Hoewel het van achter naar voren bladeren iets is, wat volgens mij meer mensen in eerste instantie doen, wanneer ze een boek in hun handen hebben. Meestal realiseert men zich dan direct dat ze respectloos met het boek omgaan. Je voelt je betrapt, als je sneaky over je schouder kijkt of de maker niet ziet dat je met dat boek omgaat alsof het een hapklare kleffe hamburger is”.
 
Een kunstenaarsboek als verbeelding van de gespannen mens.

Het kunstenaarsboek is voor Kruithof een prima manier om haar werken uit te drukken, maar volgens haar is het kunstenaarsboek nog altijd een outsider in de kunstmarkt en ook erg oncommercieel. “Wel sociaal. Zeker als je het ‘boek’ gratis maakt, zoals mijn krantje ‘The Daily Exhaustion’. Het idee ervan was dat de ‘The Daily Exhaustion’ gratis was, want als ‘de dagelijkse uitputting’, die krijg je voor niks. Het is ook een zin en een titel die ik bedacht heb en waarvan ik vond dat hij iedereen toebehoorde. Vandaar dat iedereen zo’n krantje zou moeten hebben. Het is misschien een contradictie met wat je er letterlijk in ziet, namelijk 21 zelfportretten van mij, toch zie ik mijzelf hier meer als de ontboezeming van uitputting, work alcoholics and stress. Ik moest het doen, omdat niemand zo ver zou gaan als ik in deze truc om de serie foto’s te hebben. Hardcore indoor-cycling genaamd spinning to the Max. De foto’s zijn gemaakt met een klein digitaal cameraatje hangend aan het stuur en na afloop van de training schoot ik enkel 2 of 3 foto’s van mijzelf. Er is fysieke uitputting te zien, maar hier doorheen schijnt voor mij ook zeker een mentale leegte die ontstaat door de activiteit. Het afdrijven van de geest, zoals het ook is als je burnout raakt. Iets wat ik zelf ook heb meegemaakt toen ik 25-26 jaar was. Ik vind dat het ieder mens aangaat; de vraag wat ‘The Daily Exhaustion’ precies is of kan zijn. Vooral omdat er tegenwoordig geen enkel gesprek er aan voorbij gaat, waar een deelnemer niet een beetje moe is of er doorheen zit of burnout raakt of nog erger... iedereen kent dit fenomeen. De aarde raakt uitgeput: milieu uitputting. De mens ook, maar dan mentaal”.
 
Fragment uit: 'Playing borders' (© foto Anouk Kruithof)
Kruithof verbeeldt in haar werken enerzijds de gespannen mens die een constante druk voelt om maar door te gaan. De mens die zichzelf ‘verliest’, zich door te veel stress laat uitputten en zelfs angstig wordt. In het project ‘Becoming Blue’, waarvan ook een publicatie is verschenen met een gelijknamige titel (Ontwerp Kummer-Herman, Revolver Publishing 2009, oplage 750), vroeg zij een aantal onbekende personen om te poseren en kleedde hen in het blauw. Het is een serie portretten geworden van mensen die in een moment van stress of met de schrik in het lijf zijn gefotografeerd. Op het moment van de opname liet zij hen schrikken door onverwachte ingrepen en handelingen. Een handeling zou bijvoorbeeld een speldenprik geweest kunnen zijn. Dat leidde tot een bepaalde mimiek en gezichtsexpressie. Het blauw van de kleding is voor Kruithof een metafoor voor de fase waarin de mens weer tot rust komt. Maar ook de mens, die zichzelf probeert ‘terug te vinden’. De mens die de rust en stilte toelaat en de balans tussen lichaam en geest hervindt. Het is een zoektocht naar manieren om de hedendaagse mentale toestand van de (Westerse) mens te verbeelden, die volgens haar vooral wordt bepaald door stress, de druk om te presteren en het voortdurende ‘geleefd worden’.

Het fictief foto-essay ‘Playing borders, this contemporary state of mind’ (2009) sluit ook aan op dit ‘stressthema’. Het is een beklemmende fotoreeks en een absurd beeld van de anonieme en inwisselbare werkplekken van de moderne kantoormens. Hiermee onderzoekt Kruithof de eigentijdse geestesgesteldheid door deze te spiegelen aan een wereld waarin een pure emotionele staat-van-zijn heerst. Kruithof werkte in een verlaten Rotterdams kantoorpand. Net als in ‘Becoming Blue’ castte zij een aantal personen, dat zij vroeg om ongeremd te reageren op de omgeving en de door haar vervaardigde bouwsels van meubels en andere in het gebouw aangetroffen objecten. Een mix van fotografie, installatie en performance. Op de foto’s maken de personen in kwestie een gestreste en neurotische indruk. Het laat zich lezen als een metafoor voor de getourmenteerde mens in de hedendaagse maatschappij. Het kunstenaarsboek (Revolver Publishing 2009, oplage 400) met een gelijknamige titel dat Kruithof samen met ontwerper Kummer-Herman, erbij maakte, bestaat uit een aantal grotendeels losse, met foto’s bedrukte vellen.
 
'AutomaGische inspiratie en boek als intimiteit: Anouk Kruithof' is in samenwerking met Anouk Kruithof in oktober 2012 tot stand gekomen.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...