Posts tonen met het label Ontwerper. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ontwerper. Alle posts tonen

Peter Foolen en zijn vruchtbare samenwerking met kunstenaars.

(© foto Peter Foolen)
Peter Foolen woont en werkt als ontwerper en uitgever in Eindhoven. Opgeleid als graficus en aanvankelijk werkzaam als ‘vrij kunstenaar’ is hij langzamerhand het vak ingerold. Peter Foolen: “Ik heb de opleiding 'vrije grafiek' gedaan op de academie in Den Bosch. Na een aantal jaren als 'vrij' kunstenaar gewerkt te hebben, heb ik me aangesloten, rond 1986, bij het kunstenaarsinitiatief Peninsula in Eindhoven. Ik maakte daar al snel de uitnodigingen (met letraset wrijfletters en de copyshop) en – ik had een zeefdruk installatie in mijn atelier – de posters. Het maken van posters groeide al snel uit tot het drukken van prenten voor andere kunstenaars. Peninsula werd steeds meer, naast een tentoonstellingsruimte, een uitgeverij van publicaties, edities en portfolio's. En de uitgaven werden steeds internationaler, met kunstenaars als Ian Hamilton Finlay, Richard Long, Roni Horn, Lawrence Weiner, Sol LeWitt, Franz West, Callum Innes en Hamish Fulton". Zeer vermeldenswaardig is de nauwe samenwerking met de Iraanse kunstenares Chohreh Feyzdjou tot haar dood in 1996. Dit resulteerde in drie kunstenaarsboeken die als catalogi werden uitgegeven: Product of Chohreh Feyzdjou (Peninsula en De Fabriek Eindhoven 1993 oplage 200), Product of Chohreh Feyzdjou textes (Peninsula en Galerie Nationale du Jeu de Paume Paris 1994 oplage 200) en Product of Chohreh Feyzdjou (1995 oplage 100). Het ontwerp hiervoor werd door Foolen en kunsthistoricus en typograaf Tjeu Teeuwen i.s.m. Feyzdjou verzorgd. Lees meer hierover op: Chohreh Feyzdjou and Peninsula 1993 - 1996.

(Uitgaven Stichting October © foto Peter Foolen)
In 1998 richtte Peter Foolen in samenwerking met Teeuwen en kunstenaar Sjra Marx de Stichting October op. Deze stichting was voornamelijk actief met het organiseren van tentoonstellingen en het publiceren van kunstenaarsboeken en edities. Ook gaf deze stichting het magazine Sealevel uit. Een kwartaaluitgave die door een kunstenaar mocht worden 'ingevuld', alleen het formaat stond vast. Er zijn 10 nummers verschenen die kunnen worden beschouwd als kunstenaarsboeken, met Tacita Dean (1/1), Laurie Clark (1/2), Tim Robinson (1/3), Hans Waanders (1/4), Chris Drury (2/1), Kees Verbeek (2/2), Joel Fisher (2/3 en 2/4), Hamish Fulton (3/1) en Ian Whittlesea(3/2).

De kunstenaarsboeken die werden uitgegeven zijn: Peter Foolen en Laurie Clark (Parnassus - Parnassia 1998 oplage 100), Hamish Fulton (Hill Walk - Bergwanderung 1999 oplage 500), Roger Ackling (Roger Ackling 1999 oplage 250), Sjra Marx (The Sudden Jump in a Train of Thought 1999 oplage 20), Richard Long (Being in the Moment 1999 oplage 750), Thomas A Clark (One Hundred Scottish Places 1999 oplage 250), Roel Knappstein (Heimili 1999-2000 oplage 250), Hans Waanders (Kingfishers and related works 2000 oplage 100 en Perches 2001 oplage 500), Johan Kuipers (de hals van laura battiferri 2000 oplage 300), Trevor Sutton (Twenty Drawings 2000 oplage 200), Kees Verbeek (Double North 2001 oplage 300 en Northern review 2002 oplage 12), Joel Fisher (Isography 2003 oplage 50), Alan Charlton (Grey Division 2003 oplage 200 en Outline Paintings 2007 oplage 500), Giovanni Dalessi (Sempre piu bella 2003 oplage 750 2003), Carol Robertson (Year 2005 oplage 250).

De beeldende kunst heeft enigerlei verband met taal of poëzie, landschap en natuur. Deze voorkeur is geleidelijk in 10 jaar ontwikkeld. De deelnemende kunstenaars, werkzaam op het gebied van conceptuele kunst of concrete poëzie, kan tekst en typografie net zo makkelijk gebruiken als ander beeldmateriaal. Er wordt veelvuldig gebruik gemaakt van het medium fotografie (Klik voor meer informatie op: Far from the sea - Nashville, 2004). In 2007 werd de Stichting beëindigd en is Peter Foolen zelfstandig verder gegaan onder zijn eigen naam. Peter Foolen: “ik werd na de academie steeds meer geïnspireerd door het werk van andere kunstenaars. Nu vind ik volledige voldoening door de samenwerking met anderen in plaats van het eigen werk”. Deze samenwerking wordt geïntensiveerd door de mogelijkheden die het internet hem biedt. Zijn weblog en Facebook pagina vormen een aantrekkelijk en veelgebruikt professioneel platform. Hiermee kan Peter Foolen beelden uitwisselen en contacten onderhouden met collega kunstenaars. Niet alleen Foolen maakt dankbaar gebruik van het internet. Voor veel kunstenaars is het World Wide Web hét medium om hun work-in-progress openbaar te maken en te delen met anderen.

Aankondigingskaart voor het kunstenaarsboek van Paul van Dijk
Nieuwe, goedkopere technieken zorgen voor een impuls van kleine, in eigen beheer uitgegeven bundels van beeldend kunstenaars. Deze activiteit vormt een interessante mogelijkheid voor grafisch ontwerpers. De eerste publicaties van Peter Foolen waren in opdracht van andere uitgevers of instellingen. Voorbeelden hiervan zijn een boek van Alan Charlton en de publicatie 'Algonquin' van Chris Drury. Sindsdien zijn er ook eigen edities en publicaties verschenen zoals die van herman de vries, Paul van Dijk, (“de steeds weer terugkerende”) Hamish Fulton, Thomas A Clark, Willem Sanders, Dick Cassée, Kate Beck en Peter Liversidge. Peter Foolen toont ons hiermee hoe vruchtbaar samenwerking met kunstenaars kan zijn: drukwerkjes vol prachtige afbeeldingen. Zijn samenwerking met beeldend kunstenaars gaat hij aan met groot respect voor de inhoud en het eigen handschrift van de opdrachtgever. Hij houdt daarbij zijn ingrepen als ontwerper zo ingetogen mogelijk door middel van beeldredactie en typografie. Veel van de publicaties zijn 'echte' kunstenaarsboeken. Volgens Peter Foolen “afgeronde zelfstandige kunstwerken, waarvan ook de vorm en vormgeving is bepaald door de kunstenaar”.
herman de vries - fragments - (© foto Peter Foolen)

In 2011 verscheen het kunstenaarsboek fragments van herman de vries in een oplage van 300 met een speciale editie van een oplage van 17. Het boek laat 25 foto’s zien van een verzameling ‘objecten’ uit de natuur, uitgestald voor een rotswand. Op deze wand is in goudkleurige letters de tekst “everything is all ways significant for all” gekerfd. De bewuste rots staat in natuurpark het Nördlicher Steigerwald vlakbij Eschenau, een dorpje aan de rand van het natuurpark. Hier vindt herman de vries een omgeving waarin hij zich thuis voelt. Hij ziet het Steigerwald als zijn atelier, waar hij natuurlijke processen observeert en artefacten verzamelt. Selecties, fragmenten of soms het geheel uit deze verzamelingen worden ook als kunstwerk gepresenteerd. herman de vries ziet kunst als een middel om bewust te kijken naar de natuur.

Peter Foolen: “het contact met herman de vries is heel hartelijk en we delen een enthousiaste interesse in de natuur en planten, een ideale combinatie en heel fijn om nu mee samen te kunnen werken. Natuur speelt vaak een belangrijke rol in mijn publicaties. Ik ben zelf ook van jongs af aan geïnteresseerd in de natuur, zowel het landschap als details en flora en fauna”. Peter Foolen maakte in april 2012 gedurende een kort verblijf in Eschenau een serie foto's van herman de vries en het Steigerwald die te zien zijn op zijn weblog. “Ik was al heel lang een bewonderaar van het werk van herman. Ik had al veel van zijn boeken. Op de opening van zijn tentoonstelling 'all this here' in Schloss Moyland in 2009 heb ik hem aangesproken. We hadden wederzijdse vrienden en contacten: Johan Deumens, Thomas A Clark en Chris Drury. Clark en Dury  hebben een eschenau summer press publicatie gedaan en herman heeft een tentoonstelling gehad in de Cairn Gallery van Thomas A Clark. herman kwam met het idee om ‘fragments’ uit te geven. Vorig jaar ben ik met Cees de Boer op bezoek geweest bij herman in Eschenau. Tijdens dat bezoek kwam hij met het idee om met mij een publicatie te maken met foto's van zijn 'die wiese', dat nu op stapel staat en begin volgend jaar uit gegeven gaat worden”.


Ansichtkaart 'The Flag Club HQ' 2011 (onderdeel editie, © foto Peter Foolen)

 Ansichtkaart "brilliant white bunting for The Flag Club" 2012
(© foto Peter Foolen)
Hello – unique polaroid photograph,
taken by Peter Liversidge on the day of the launch
 (onderdeel editie, © foto Peter Foolen)
Van Peter Liversidge verscheen het kunstenaarsboek Proposals for The Flag Club (2012, oplage 500). Aanleiding voor dit boek is een kunstproject van 'The Flag Club’, in 2011 opgericht door Rolf van Hulten en Peter Foolen. De opdracht binnen dit project is simpel. Artiesten worden uitgenodigd een vlag te ontwerpen voor de vlaggenmast bij het hoofdkantoor van The Flag Club. Dit hoofdkantoor is in feite een klein huisje op het Groningse Hoogeland, in het dorp Kolham. Het staat in een landschap dat wordt gekenmerkt door weilanden en akkers, met aan de horizon een paar boerderijen, enkele kerktorens, en uiteindelijk de Waddenzee. Hier waait de wind vrijwel altijd. Een ideale plek voor een dergelijk project. De eerste vlag voor dit project is in 2011 ontworpen door Thomas A. Clark. Hiervan is een editie voor 'The Flag Club' verschenen: On Blue & The Mountains Of Holland (2011 oplage 25 gen./ges.). Het boek ‘Proposals for The Flag Club’ documenteert de voorstellen die Peter Liversidge in juni 2012 aanbood aan de Flag Club. De publicatie maakt ook onderdeel uit van een editie die in een oplage van 25 is uitgebracht tijdens de presentatie van het uiteindelijk gekozen ontwerp 'Hello. Deze editie bestaat verder uit een doos met de vlag (150 X 225 cm.), een unieke polaroid foto, 6 Postkaarten en een plastic lidmaatschapskaart.

Fragment uit het kunstenaarsboek 'Algonquin' (© foto Peter Foolen)


Omslag van 'Affinty' (© foto Peter Foolen)
Andere voorbeelden van kunstenaarsboeken zijn Affinity (Simon Cutts, 2011, oplage 300), Algonquin (Chris Drury, 2008, oplage 500 gen./ges.) en zonder titel (Paul van Dijk en Peer Dobbelsteen, 2010, oplage 1000). Hierover zegt Peter Foolen: “de uitgave ‘Affinity’ is een prachtig boek met foto's van vrachtschepen en een tekst door de dichter Simon Cutts. Het boekje 'Algonquin' van Chris Drury is ook heel bijzonder opvallend, en intiem, zeker in het meer monumentale oeuvre van de kunstenaar. Het gaat om een reeks van afbeeldingen van stukjes boombast waarin Drury 'tekens' heeft gebeten tijdens een kanotocht in het Canadese Algonquin gebied, met een minimale tekst over deze tocht en dit gebied. De foto's in het boek Paul van Dijk laten een verzameling paden zien, van allerlei plaatsen in Europa, die een bocht naar links maken, in het boek naar het midden van de pagina bij de rug van het boek”.

Niet alle boeken kunnen worden beschouwd als kunstenaarsboeken. Peter Foolen± “andere boeken zijn min of meer traditionele catalogi, zoals het overzicht van het grafische werk van Dick Cassée (Grafiek 2012) of het recente werk van Kate Beck (Poëma, 2012 oplage 500) of Willem Sanders (Ideal Real Landscape or Real Ideal Landscape – Paintings & Watercolours, 2012 oplage 600). Of het boek met een bijna compleet overzicht van de schilderijen van Giovanni Dalessi (Portrait | Still Life | Landscape 2012). Maar er zijn ook boeken die je als een soort van tussenvorm kunt beschouwen, zoals de uitgaven van Philip Lumai (Paintings& drawings, 2010 oplage 500), Carol Robertson (Carol Stream, 2012 oplage 500) en de boeken die het fotowerk van Dick Cassée (Scotland,photographs 1985 – 2009, 2010 oplage 300) of Nono Reinhold (serie: Macchu Pichu 2006, Petra 2007, Bolivia 2008 i.s.m. Wim Crouwel, oplage 500) presenteert, geheel gecomponeerd en vormgegeven in nauwe samenwerking met de kunstenaar. Of het boek van Alan Charlton (Outline paintings, 2006 oplage 500), waarvan het boek is gemaakt aan de hand van een exact model van de kunstenaar, en dat een overzicht laat zien van een afgeronde reeks schilderijen, de serie 'Outline Paintings', aan de hand van de potloodschetsen voor deze schilderijen en de foto's van de geïnstalleerde werken. Het boek van Dick Cassée laat op het eerste gezicht een aantal niet spectaculaire Schotse landschapsfoto's zien. Het zijn foto's genomen van steeds een motief dat aanleiding heeft gegeven tot het maken van tekeningen, aquarellen of grafiek. Het is voor het eerst dat deze foto's zijn gepubliceerd en het boekje is een mooie aanvulling op het overzichtsboek van zijn grafiek en het in 2013 te publiceren 'Dick Cassée – Aquarellen en tekeningen' waarvoor Hans Locher een tekst schrijft”.

Het aspect verzamelen is een belangrijk gegeven bij het maken van veel kunstenaarsboeken, zoals ook in het werk van Hans Waanders. Voor Peter Foolen is het boek is een ideaal uitdrukkingsmiddel voor werken waarin een inventarisatie of verzameling wordt gepresenteerd. In 1999 maakte hij het kunstenaarsboek Hill Walk –Bergwanderung (Stichting October, oplage 500) van Hamish Fulton. Een soort van catalogus van diens wandelingen in heuvelachtige gebieden die een tijdsduur hadden van 7 dagen of een veelvoud hiervan (14, 21, 28 dagen). Peter Foolen: “mijn voorkeur gaat uit naar het maken van dit soort publicaties. Het idee is altijd van de kunstenaar. Steeds meer krijg ik opdrachten voor het maken van een publicatie, waarbij het dus niet altijd gaat over een kunstenaarsboek. Wel moet ik een affiniteit hebben met het werk van de kunstenaar. Veel van de kunst waarmee ik affiniteit heb zou je conceptueel kunnen noemen (hoewel ik een hekel heb aan dat woord), vaak kunst die door anderen uitgevoerd kunnen worden naar het idee van de kunstenaar. Zo had ik heel graag willen samenwerken met James Lee Byars”.



Fragmenten uit: 'Ian's Fleet' (© foto Peter Foolen)
Peter Foolen heeft iets speciaals met Britse kunst. Onlangs nog heeft hij het boekje Ian’s Fleet (oplage 300 met een speciale editie van 25) uitgeven met foto’s van Robin Gillanders. De uitgave toont een reeks van 15 foto's van de vloot van boten gemaakt door Ian Hamilton Finlay. Deze 'regatta' van speelgoed zeilboten vond plaats op Lochan Eck, Stonypath, Little Sparta, in juni 2002. Robin Gillanders is een Engelse fotograaf en werkt al lange tijd samen met Finlay. In 1994 publiceerde Peter Foolen met Stichting Peninsula in samenwerking met Ian Hamilton Finlay en Robin Gillanders, de fotoprint ‘Seasons’ voor de portfolio ‘Dear Stieglitz’. In 1995 publiceerde Stichting Peninsula een kunstenaarsboek van Ian Hamilton Finlay met foto's van Robin Gillanders, getiteld Brount / An Idyll (oplage 250).

De komende tijd is Peter Foolen druk bezig met allerlei nieuwe projecten. Zo komt in 2013 er een boek uit van Dick Cassée over zijn tekeningen en aquarellen, en wordt er een nieuwe uitgave inclusief tentoonstelling over Peter Liversidge verwacht. Verder zal een nieuwe publicatie i.s.m. herman de vries verschijnen, getiteld ‘die wiese’. Ook in voorbereiding zijn publicaties van Nono Reinhold, Trevor Sutton, en Willem Sanders. Wat Peter Foolen betreft blijft het hier niet bij, hij zou ook graag willen samenwerken met Stanley Brouwn, Ryan Gander, Jean-Luc Mylaine. Ten slotte komen er in 2013 drie of vier huiskamertentoonstellingen. De eerste daarvan, met Carol Robertson, is vanaf 6 januari te zien in Eindhoven.

"Peter Foolen en zijn vruchtbare samenwerking met kunstenaars" is in samenwerking met Peter Foolen in december 2012 tot stand gekomen. Mijn dank gaat hiervoor uit aan Stieneke Woudsma voor haar redactionele bijdrage.

Een dwangmatige relatie met een 5: Mark Manders

Fragment uit:
Coloured Room with Black and White Scene (1999)
Mark Manders werkt vanaf 1986 aan zijn "Zelfportret als gebouw", waarvan hij sinds 1990 fragmenten toont. Dit gebouw is een ideële constructie. Het bestaat in de vorm van voorlopige plattegronden, die dienen als schetsen voor de inrichting van het gebouw, en een bonte verzameling objecten die erin thuishoren: poppen, dieren, eenvoudige constructies, meubels en soms onooglijke gebruiksvoorwerpen, waaronder lege flessen, touwtjes, een aan de verkeerde zijde afgebrande lucifer, een met potlood doorboord gummetje. Het huis met zijn inrichting fungeert voor Manders als middel om ervaringen, herinneringen en verlangens, en het onderscheid tussen feit en fictie op een poëtische wijze te analyseren en te ordenen (uit: Kunst van nu 1995).

Deze wereld propageert weliswaar geen kunst om de kunst, maar is wel gesloten in de zin dat de taal die er gesproken wordt en de regels die er gelden niet verder reiken dan de muren van het denkbeeldige huis. Het zelfportret toont de materialisering van Manders' gedachten en emoties en de plaats die ze innemen in het totaal van zijn ervaringen. Zo heeft hij zelf een kast ontworpen voor zijn verzameling mislukte gedachten: "Het zijn echte gedachten, dus ik moest ze wel bewaren" (bron: Van Abbemuseum).

Manders’ kunst oogt op het eerste zicht erg verstild, weerbarstig en tegelijk breekbaar. Eens je zijn persoonlijke beeldenwereld – zijn huis – kan binnengaan, opent zich een uiterst fascinerend en poëtisch universum waarin je eindeloos kan ronddwalen (bron: SMAK).


fragmenten uit: Newspaper with Fives (foto's: Roma Publications)
Mark Manders zegt in een interview met Angela van der Elst (De Groene Amsterdammer, 2008): "Eigenlijk gaat mijn werk over het principe van organiseren, en hoe je dat met denken kunt doen. Hoe je je steeds met iets buiten jezelf verhoudt". Zo is een terugkerend thema in een aantal installaties van Manders het getal 5. "Daar ben ik vanaf 1993 mee bezig. Ik heb een ding uit de wereld gekozen waar ik een dwangmatige relatie mee heb. Dat doe ik om te zien hoe mijn hoofd werkt". Haal iets van buiten naar binnen en de machinerie komt op gang. Vijf bomen. Vijfletterwoorden. Vijf vingers. Postzegels van vijf cent. Alles was er al die tijd, maar vaak ongezien. "De wereld is veel mooier dan we weten of beseffen".

De krant "Newspaper with Fives" (i.s.m. Roger Willems) die eerst werd verspreid in Hann. Munden (1999 oplage 100.000) en later in 2001 voor Sonsbeek 9 Arnhem (oplage 150.000) werd gemaakt zijn diverse 5en verzameld. 5 peultjes die aan de muur zijn gespijkerd, 5 dode diertjes, 5 ballen - en tonen daarmee een wereld die beheerst lijkt te worden door een 'There, I Fixed It' mentaliteit, door toeval en improvisatie. In die wereld is de logica vaak zoek, vraag je je af waarom de dingen zo zijn samengebracht en geordend. En toch klopt het.

In Amsterdam bestaat de uitgeverij Roma Publications. Roma, een afkorting van de beide oprichters Roger Willems en Mark Manders. Roma Publications werd opgericht als podium om autonome publicaties te maken. De boeken die ze uitgeven komen tot stand in nauwe samenwerking met de kunstenaars, dichters en ontwerpers. Vele uitgaven kunnen als kunstenaarsboek worden beschouwd. Manders zelf heeft inmiddels ruim twintig publicaties op zijn naam staan. Op een uitzondering na zijn deze allemaal i.s.m. Roger Willems tot stand gekomen. Vier uitgaven (Night Drawings from Sel - portrait as a Building 2000, Hypocotyl Raki 2005, Les Études d'ombres 2012 en Two Connected Houses 2010) zijn i.s.m. Hans Gremmen ontworpen. De beeldende kunstenares en dichteres Marije Langelaar heeft ook aan vele uitgaven een bijdrage geleverd.

Klik voor een overzicht van de boeken van Manders op zijn website en op Collectie Gelderland.




Fragmenten uit: Slide Projections
In 2010 verscheen het kunstenaarsboek Slide Projections (i.s.m. Roger Willems, Roma Publications, 2010 oplage 900) naar aanleiding van zijn reizende tentoonstelling in de U.S.A. Het boek bestaat uit twee diaseries met elk een eigen karakter. De eerste serie dia’s vertelt in zwart-wit een waanzinnig en soms verontrustend verhaal dat begint in rommelige kamers waar vreemde objecten zoals stoofpotten, dode diertjes en volle, hangende vuilniszakken volgens een organiserend principe gebaseerd op het getal 5 zijn gerangschikt. Via een lege keuken ga je ondergronds. In een tweede huis kom je weer boven en dwaal je door kamers met werken van Manders. De halve dieren en vaak minder dan halve mensen wringen met de huiselijke setting. En dan, wanneer je net genoeg hebt gezien om je af te vragen wat hier gebeurt, ga je via een tweede tunnel weer onder de grond, terug naar de rommelige kamers waar nummer 5 koning is (bron: Maaike Lauwaert in Metropolis M april/mei 2011).

Naar aanleiding van deze tentoonstelling was er een boeiend interview met Audrey Chan voor 'Afterall'. In dit interview legt Manders uit waarom hij kiest voor het boek als uitdrukkingsmogelijkheid.

Chan: "In addition to your art practice, you run ROMA Publications, a small publishing house where you produce artist's books. What inspired you to start making books?"

Manders: "In 1998, I became friends with the designer Roger Willems and we started to make books together quite naturally. Werkplaats Typografie offered us a desk in their institution for two years so we just started producing books and it was kind of addictive. It is much more interesting to make books directly with an artist, without museums interfering. You can think quickly, clearly, and without the restrictions of a big institution. If we want, we can also think slowly and create many restrictions for ourselves, just to get to the point we want".

Chan: "For you, what is the difference between experiencing artworks in a book versus in an exhibition?"

Manders: "There is an interesting relationship between an artist's book and an exhibition. I also think that since the internet has gained so much volume, the artist's book has become even more interesting. A book is a great concentrated location for creating an exhibition. The linear relationship with time in a book is fantastic and powerful. Also, the relationship with the public is interesting. Most viewers of an artist's book own the work and choose their moment of visiting. And artist's books are small and cheap - they don't take up much space, and in a way it is good that the medium is underrated and sits under the radar of the commercial art world. For me, the relationship between an artist's publication and public space is also very interesting. In 1999, we published my "Newspaper with Fives" in an edition of 100.000 copies and distributed them house-to-house in the German city of Hann. Münden. I used the doormat or the mailbox of someone's house as a public space. I don't often show my work in public spaces, rather mainly in museums where people choose to go to see art. But since 1991 I always test a work that I've just finished in a supermarket. I just imagine a new work there and I check if it can survive where it doesn't have the label of an artwork. It is just a thing that someone placed in a supermarket. Now I am sure that all of my works can stand in that environment. In 1993, I actually showed a work in a supermarket as part of my work in the Sonsbeek 93 show".


Fragmenten uit:
Fragments from self-portrait as a building
(De Appel Foundation, Amsterdam 1997)

Onderwerp en object als één: Hans Gremmen


Hans Gremmen vertelt over zijn fotoboeken en projecten, waarmee hij is genomineerd door de Rotterdam designprijs 2011.

Nieuwe, goedkopere technieken zorgen voor een impuls van kleine, in eigen beheer uitgegeven bundels van jonge fotografen. Deze activiteit vormt een interessante mogelijkheid voor grafisch ontwerpers. Hans Gremmen toont ons hoe vruchtbaar samenwerking met fotografen kan zijn: drukwerkjes vol prachtige fotografie. We zien bijzondere technische- en procesmatige vondsten, oude en nieuwe technieken. Zijn samenwerking met fotografen, beeldend kunstenaars, architecten en musea gaat hij aan met groot respect voor de inhoud en het eigen handschrift van de opdrachtgever. Sommige uitgaven kunnen worden beschouwd als een kunstenaarsboek. Hij houdt zijn ingrepen als ontwerper zo ingetogen mogelijk door middel van beeldredactie en typografie. Gremmen: "Ik heb als ontwerper veel contact met derde; opdrachtgevers, collega's, drukkers, lithografen. Als ontwerper ben ik de schakel tussen inhoud en uitwerking; tussen input en output. Per project probeer ik en goede balans te vinden tussen deze partijen. Alles wat niet strikt noodzakelijk is wil ik buiten de poort te houden" (bron: Fotodok.nl). Het werk van Gremmen sluit daarmee aan op een Nederlandse traditie: de kunst van het vormgeven. Ook sluit hij aan op de Nederlandse traditie van het fotoboek. Beide brengt Gremmen daadwerkelijk een stap verder. Zijn samenwerking met de fotografen als Jan Adriaans , Heidi de Gier, Dieuwertje Komen, Stephan Keppel, Karin Krijgsman, Claudia Kussel, Petra Stavast, Jaap Scheeren, Erik Klein Wolterink en Witho Worms in het platform Fw: is daar exemplarisch voor (bron: Zefir7.nl).


 Jorg Colberg vertelt over het boek "Cette Montagne, C'est Moi" van Hans Gremmen en Witho Worms.

Met bijzondere papierkeuzes, bind- en vouwwijzes, voegt Gremmen een extra rijkdom toe. Gremmen: "Onlangs is het boek "Cette Montagne, C’est Moi" (FW: Books, 2012 oplage 500) verschenen, wat ik heb gemaakt voor fotograaf Witho Worms. Het boek is gedrukt op Sirio Black. Zwart papier dus. De fotografische afdrukken van Witho zijn ontstaan uit het zwarte pigment van steenkool, waar hij door ingenieuze fotografische technieken een afdruk van heeft gemaakt. Ik heb in het ontwerp gezocht naar een vertaling van dit proces. Ik wilde met het drukken van het boek beelden uit het papier laten opkomen. Dit is gelukt door met twee soorten wit te drukken en met Cyan, Yellow en Magenta. Al het zwart wat je ziet in dit boek is dus de kleur van het papier" (bron: de Monsterkamer).

De werkwijze van Gremmen is exemplarisch voor de symbiose die kan ontstaan tussen grafisch ontwerper en beeldenmaker. In het geval van "Cette Montagne C’est Moi" was hij ook niet bang de grenzen van het boek te verkennen. Toen ze begonnen wisten ze niet dat het mogelijk was, een boek op zwart papier drukken. Maar het kan, en het resultaat is verbluffend. De eerste laag bestaat uit witte inkt waarin het negatief is uitgespaard. Dan nog een laag wit met toevoeging van highlights die ook in de foto zitten. Vervolgens drie drukgangen in kleur: cyaan, magenta en geel. Ook nu zijn er verschillen in toon. De foto’s zijn schijnbaar lukraak op de pagina’s geplaatst waardoor ze over de randen heen lopen, maar door de Japanse bindwijze kun je ze toch helemaal zien. Als vanzelf glijd je als het ware door het boek, op ontdekkingsreis naar de verschillen, diep het zwart en de geschiedenis van de berg in (bron: PhotoQ.nl).


Fake Flowers in Full Colour
Een ander project waar fotografie, digitale en analoge (druks)techniek bij elkaar worden gebracht is in het kunstenaarsboek "Fake Flowers in Full Colour" (FW: Books, 2009). Het in samenwerking met Jaap Scheeren geïnitieerde project ‘Fake Flowers in Full Colour’ (2008-2009) onderzoekt de vertaling van fotografie naar full colour drukwerk. Een driedimensionale kleurscheiding op basis van een stilleven van bloemen gereconstrueerd in de vier drukkleuren cyaan, geel, magenta en zwart. Deze werden los van elkaar gefotografeerd en vervolgens over elkaar heen gedrukt wat het beeld 'Fake Flowers in Full Colour' heeft opgeleverd. Het beeld is object geworden. Het beeld staat op zichzelf. Het lijkt van de realiteit losgeweekt en is daar, tegelijkertijd, wil het leesbaar en begrijpbaar blijven voor het publiek, in sterke mate van afhankelijk. Een foto is een synthese, een compositie van verschillende lagen. De moeilijkheid is dat je als toeschouwer van het experiment zweeft tussen die ‘onzichtbare’ aard van het beeld (de gelaagdheid) en het beeld (het boeket), tussen zijn eigenheid en wat diezelfde eigenheid (nu, in de toekomst) voor een mogelijkheden biedt. Dit probleem wordt nog complexer doordat het een experiment betreft in en met kleur. Opnieuw zijn onderwerp en object één geworden.

Omslag Serendipity



Serendipity
De afbeeldingen in het kunstenaarsboek "Serendipity" (Roma Publications 2008 oplage 750) zijn gevonden bij Paul Wyber bij 'WyberZeefdruk' in Amsterdam. Het zijn 'inschietvellen' van affiches die Wyber drukt voor ontwerpers als Meuvis & van Deursen, Lex Reitsma, Gielijn Escher, Jan Bons en vele anderen. Alle affiches zijn 118 x 84 cm en gedrukt tussen 2004 en april 2008. In het boek verwijst Gremmen naar de definitie van "Serendipity": Het doen van onverwachte ontdekkingen, door toeval en opmerkzaamheid. Voor het eerst genoemd door Horace Walpole (1717-1797) in een brief. Hij leidde de naam af van het sprookje "De drie prinsen van Serendip", waarin de zonen van de koning "talrijke ontdekkingen deden, bij toeval en uit scherpzinnigheid, waarnaar ze niet op zoek waren". Gremmen: "Serendipity is een vorm van toeval waarbij je een doel voor ogen hebt, maar op weg naar dat doel ontdek je zaken die van groter belang zijn dan datgene waar je naar op zoek dacht te zijn. In 2008 stelde ik een publicatie samen met deze titel. In deze publicatie toon ik misdrukken die ik bij de zeefdrukker Paul Wyber vond. Ik maakte voor hem een website van zijn affiches en ander zeefdrukwerk. Bij het aanleggen van het archief voor deze site stuitte ik op een stapel drukwerk van ongeveer anderhalve meter hoog. Prachtige druksels, hetzelfde formaat als de posters die hij altijd drukt (118 x 84 cm), maar eindeloos veel gelaagder en ongrijpbaarder. Het bleken inschietvellen te zijn die Wyber gebruikte om tests voor de kleur te doen en om te kijken of de stand van de drukvorm goed is. Om papier te sparen gebruikte hij oude posters. Dit levert spontane en onbedoelde composities op" (bron: Fotodok.nl).

Reminiscense: "Toen ik deze twee glijbanen zag werd de wereld
een stuk overzichtelijker. Het kan dus toch: twee dingen maken
die identiek zijn en tegelijkertijd elkaars tegenpolen".



"Telkens als het kamermeisje van dit hotel in
Las Vegas de was hier naar binnen duwde
beschadigde ze de deur.  Maar de kar duwen
en tegelijkertijd de deur openen was geen
optie. Daar is een volle kar te groot en te
zwaar voor. Die moet je duwen, die kun je
niet trekken. De oplossing voor dit probleem
is zo eenvoudig dat een ontwerper het
nooit had kunnen bedenken".
Het kunstenaarsboek "Reminiscense, an inventory of ideas and accidents" (Mediabus 2011) is gemaakt als antwoord op de vraag van de uitgever om de essentie van grafisch ontwerpen in 48 pagina's duidelijk te maken. Naar aanleiding van dit boek met daarin ongeveer 70 foto's zegt Gremmen: "In 2001, I bought my first Olympus Mju; a great analog ‘point & shoot’ camera. It is my escape-tool for documentating situations that I could never forsee to run into. Sitautions that I want to remember. I made some-thousand of these visual notations in the past 10 years. Your question was a good reason for me to make a selection. For me these images are about the essence of my design-practise. Design for me is about making compilations of things that are constantly referring to other subconscious layers. In a way all things we see and encounter are echoes of things that are already among us. I guess Plato would say that our perception and recognition is possible because the mind has seen the universal forms of all things in a previous disembodied existence. But the booklet is also a celebration of the beauty of imperfection and irrational things that surround us. For me it comes very close to the Serendipity-project i made before. That publication was also dealing with the beauty of the unintended" (bron: Mediabus.org). "... ik heb een zwak voor dingen die niet meedoen. Dingen die weigeren mee te gaan in de uniformiteit van de dag. Als ik ze tegen kom dan leg ik ze vast. Zonder omlijnd plan. Gewoon om ze te bewaren...".
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...